Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

218

Legitimatiekaarten en reispassen, waarvan het houden wettelijk verplicht was, alsook de facultatieve legitimatiebewijzen, waarop Bantammers in de Lampongsche districten mochten reizen, moesten op aanvrage aan bepaald aangewezen personen worden vertoond. De kaarten en passen werden kosteloos verstrekt, behoudens het verschuldigde zegelrecht ad f 1.50 en f 0.10 ; het viseeren der kaarten was eveneens gratis.

Ten slotte werden straffen gesteld op het niet voorzien zijn van een geldigen reispas of legitimatiebewijs in de gevallen waarin zulks was voorgeschreven, het weigeren om kaart of pas te vertoonen wanneer zulks door een daartoe bevoegde gevorderd werd, en het gebruiken, het zich verschaffen of het bezitten met het oogmerk om deze voor zich zelf te gebruiken, van een ten behoeve van een ander uitgereikte legitimatiekaart of paspoort. De strafbedreiging opgenomen in Stb. 1874 no. 140 x) werd vervangen door die welke is vervat in Stb. 1915 no. 439 2).

De toestand, zooals zooeven omschreven, is te beschouwen als een overgang tot algeheele bewegingsvrijheid, want nauwelijks hadden de aangehaalde bepalingen enkele jaren gewerkt of men achtte den tijd gekomen om te breken met hetgeen nog aan belemmeringen der bewegingsvrijheid was overgebleven.

Bij ordonnantie in Stb. 1918 no. 33 toch kwam een nieuwe reisregeling tot stand, welke eindelijk als beginsel algeheele vrijheid tot reizen zoowel voor Inlanders als voor vreemde Oosterlingen in de Buitengewesten en van daar naar Java en Madoera voorop stelde.

Deze verordening werd herzien8) bij ordonnantie in Stb. 1918 no. 694. In tegenstelling met vroegere bepalingen zijn deze voorschriften niet alleen van toepassing op Inlanders en vreemde Oosterlingen doch ook op Europeanen.

*) Blz. 127.

*) Deze bepaling is niet opgenomen in artikel 6 van de ïnvoeringsverordening strafwetboek (Stb. 1917 no. 497) en is daarom met ingang van 1 Januari 1918 vervallen (blz. 178). Hiervoor in de plaats kwam strafbedreiging opgenomen in artikel 270 van het strafwetboek (Stb. 1915 no. 732).

») De oude regeling voor Billiton (Stb. 1870 no. 11) was daarbij niet ingetrokken, ook was de redactie zóó, dat niet voldoende uitkwam, dat voortaan vrijheid van beweging en reizen zou bestaan voor den geheelen archipel.

Sluiten