Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

221

om bij een gewoon besluit den uitzonderingstoestand op het reizen aldaar op te heffen of in te voeren.

Bij gouvernementsbesluit van 8 October 1918 (Stb. 1918 no. 696) w.rden de ondervolgende landstreken aangewezen waarin bovengemelde passendwang zou gelden :

a. de Mentawei-eilanden,

b. de residentie Djambi,

c. de residentie Wester-afdeeling van Borneo,

d. de residentie Zuider- en Ooster-afdeeling van Borneo,

e. de afdeeling Noord-Nieuw-Guinea,

/. de afdeelingen Ceram, West-Nieuw-Guinea, en Zuid-NieuwGuinea,

g. de afdeeling Soemba,

h. de onderafdeelingen Sangi-eilanden, Bolaang-Mangondau, Kwandang, Boalomo, Dongala, Toli-Toli, Parigi en Bwool (Stb. 1919 no. 483);

i. de onderafdeelingen Gorontalo, Posso en Paloe *) (Stb. 1923 no. 410).

Zoo ja, op welken grond t *) De Minister antwoordde :

Aan Tjokro Aminoto is de toegang tot de residentie Zuider- en OosterAfdeeling van Borneo geweigerd op grond van de overweging, dat het belang der openbare rust en orde een bezoek van genoemden heer aan voormeld gewest onraadzaam maakte.

Hoewel van een tactiek tot het weigeren van toegang tot bepaalde gedeelten van Nederlandsch-Indië aan aldaar niet woonachtigen, als door den heer Wijnkoop verondersteld, niet gesproken kan worden, zullen, wanneer het belang der samenleving het vordert, de wettelijke voorschriften, die tot een zoodanige weigering bevoegdheid geven, toepassing blijven vinden.

De vorenbedoelde voorschriften worden aangetroffen in de artikelen 2 en 3 der Reisregeling 1918 (Stb. 1918 no. 694), terwijl Stb. 1918 no. 696, de aanwijzing behelst der landstreken, waarvoor die voorschriften van toepassing zijn verklaard.

Een overweging, als in de vierde vraag van den heer Wijnkoop omschreven, heeft in deze niet gegolden. **)

*) Dit geschiedde in verband met het ongewenschte drijven van den propagandist Ponamon in die streken van nog primitieve ontwikkeling.

*) Handelingen 1922—23, aanhangsel blz. 236. **) Handelingen 1923—24, aanhangsel blz. 15.

Sluiten