Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

Behoudens uitzondering voor regenten, die hun standplaats op of nabij Batavia hebben, is het ambt van regent practisch onvereenigbaar met het lidmaatschap van den volksraad, indien de regent aan het hoofd staat van een ontvoogd regentschap of van een autonoom gemaakt regentschap.

II.

Dat het in 1863 met den Sultan van Madoera gesloten politiek contract (zie koloniaal verslag hoofdstuk C afdeeling III 1862 blz. 10 en 1863 blz. 8) niet aan de Staten-Generaal werd medegedeeld, is niet in strijd met artikel 44 van het regeeringsreglement van NederlandschIndië.

III.

Het is terwille van de onafhankelijkheid der leden van Gedeputeerde Staten niet aan te raden de mogelijkheid open te stellen, dat ook personen, die geen lid van Provinciale Staten zijn, gekozen kunnen worden tot lid van Gedeputeerde Staten.

IV.

Artikel 4 der grondwet sluit de uitlevering van Nederlandsche onderdanen niet uit.

V.

In meer dan één opzicht beteekenen het verdrag van Versailles (1919) en de akte van Barcelona (1921) een terugtred in de ontwikkeling van het internationale rivierenrecht.

VI.

Het grondhuurvraagstuk in Nederlandsch-Indië is geen pacht- doch een credietvraagstuk.

Sluiten