Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIV

graphisch wenschte te bestudeeren. Vandaar dat zoowel Griffith (The Worlds' best Litterature, blz. 5250 e. v.), als Flinders Petrie (Egyptian Tales [1918] II, blz. 1 e. v.; 13 e. v.) en Wiedemann (Altagyptische Sagen und Marchen [1906], blz. 78 en 112) ten opzichte van de door Maspero voorgestelde interpretatie') geen verbeteringen of althans nieuwe zienswijzen hebben gebracht. Dringend werd de noodzakelijkheid van een palaeographischzuivere uitgave. H. Lange, die het origineel collationneerde, gaf een reeks veranderde lezingen van onzekere plaatsen in het licht (Ree. Trav. 21 [1899], blz. 23 e. v.), doch eerst in 1910 kreeg men door Georg Möller's Hieratische Lesestücke (1910) II, blz. 21—24, een geheel herziene en scherp-weergegeven reproductie van althans één der beide verhalen. Sedert E. A. Wallis Budge2) echter in 1923 de beide papyri in photographie op oorspronkelijke grootte heeft doen uitgeven, zijn de beide zoo belangrijke texten van den Pap. Harris 500 Verso toegankelijk geworden voor de geheele wetenschappelijke wereld. Op grond van het materiaal van het Berlijnsche Woordenboek heeft ten slotte A. Erman (Die Literatur der Aegypter [1923], blz. 209 e. v., 216 e. v.; vgl. fragmentarisch Erman-Ranke, Aegypten2 [1924], blz. 438 e. v.) zich geheel losgemaakt van de oudere voorbeelden en een in hoofdzaken onbetwistbaar juiste vertaling van de beide verhalen geleverd.

Datum. Gedurende langen tijd was het de gewoonte, de groote litteraire papyri van het Nieuwe Rijk, voorzoover zij niet zelf met jaar en dag gedateerd of door het toevallig voorkomen eener gedateerde rekening op de keerzijde (Pap. d'Orbiney) in een bepaalde tijdsruimte onder te brengen waren, te verwijzen naar de periode der negentiende tot twintigste dynastie3), den „ Ramessidentijd" zooals de algemeene term luidde, daar een systematisch opgebouwde, naar den tijd gerangschikte, palaeographie voor het hiëratisch niet bestond. Erman heeft in zijn uitgave van den Papyrus Westcar (1890) het eerst een andere methode toegepast en is er, als eerste, in geslaagd, een geheel ongedateerd document aan de hand van uitsluitend palaeographische gegevens aan een bepaald tijdsbestek toe te wijzen. Sedert 1912 bezitten wij in de Hieratische Palaographie van Georg Möller (Leipzig 1909—1912) een standaardwerk, op grond waarvan elk ongedateerd hiëratisch geschrift tot een bepaalde groep, waarvan de herkomst tijdelijk wèl vaststaat, kan worden gebracht. De nadere vaststelling der onderlinge verschillen binnen elk der genoemde groepen is slechts een quaestie van tijd en hangt af van de numerieke

') Een hernieuwde Tertaling gaf Maspero, Les Contes populaires de 1'Egypte ancienne, 4<= édition, blz. 115 e. V., 196 e. v.

*) Egyptian Hieratic Papyri in the British Museum, 2»d Series (1923), plaat 47—52, vgl. Museum jaarg. 32 (1925), kolom 148. De liefdeliederen der recto-zijden vindt men bij W. Max Maller, Die Liebespoesie der alten Aegypter. Leipzig 1899.^

3) Zoo was onze papyrus „probably from the thirteenth century B. C." (Guide to the 4* 5* and 6th Egyptian Room and the Coptic Rooms in the British Museum [1922], blz. 300).

Sluiten