Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

is Thotmes III als „grimmige leeuw" de zoon der godin met den leeuwenkop. Horus van Antaepolis is m3j-hs3 s3 B3st.tnb.tTd „de grimmige Leeuwgod, zoon van Bastet, de godin der slachting"'). Wij zagen, hoe reeds in de pyramidentexten gezegd wordt \wr Wnjs \n Shm.t \n Ssm.t ms.t Wnjs „Unas werd door Sechmet ontvangen3) en door Sesemt gebaard" (Pyr. 2.62b).

Dj.t.f. Lees: iw dj.n [».]ƒ 3Imn p3y.f \}tf]: „aan wien zijn vader Amon gegeven heeft....", aan te vullen naar zinswendingen als: dj.n nJ itfj stny.t „aan wie haar vader Rê het koningsschap gegeven heeft" (Urk. IV. 396, vgl. 575 en 812); dj.n n.f \tf Mntw kn.t „aan wien zijn vader Monthü overwinnende kracht gegeven heeft" (LD. III. 34a). Het is de godheid als vader van den heerscher, die dezen zijn attributen schenkt (Urk. IV. 284).

Kolom I. (13) . • • ff \w.f hr hwj hr mf [n] p3 hrw n 3Ipw iw.f hr hy.t. Kolom II. (1) m f*?*; m-b3h.f 'iw.f hr [mrf.]f m 3 *?-^L. dhr.w (2) Iw.f hr knj\.f * ^ cn hm.t j ? ƒ=•?*: b3j n p3 (3) hrw n 3Ipw 'iw.f hr dj.t p3 cn hm.t n IV nms.wt m rd.wj.f.

„Hij sloeg den vorst van Joppe tegen den slaap, zoodat deze

< bewusteloos > voor hem nederyiel3); hij bond hem met

< riemen van ? > leder en sloeg hem . . . bronzen ketting. . . van den vorst van Joppe en deed hem den bronzen keten van vier ringen (?) om de voeten".

Commentaar.

Aanvulling. De resten van regel 13 werden door Maspero gelezen: f3j d.t.f „hij lichtte de hand op". De groep nadert echter meer tot ïrj „genoot" (B 12 met complement), misschien ïrj-ch3.wtj (d'Orb. 19: 10)?

Regel 1 van den tweeden kolom werd door Maspero bg3s aangevuld, dat in beteekenis zeer zeker voldoet, doch waartoe de resten zich niet leenen. De teekengroep nadert zeer sterk tot pr- (O 3 -f- D 29). Bij gebrek aan beter zou ik derhalve pr.[t n.t }b] willen lezen, dat met de lengte der lacune overeenkomt en welks beteekenis, „bewusteloos" e. d., op grond van andere texten vaststaat: Ir hpr sp pr.t n.t ib „toen zijn levenskrachten hem ontvloden" (Pap. Tur. 133: 13; zie boven, blz. 17 aanm. 1), een verwante gedachtengang van hctiroövftfoas ivoêxvttv (Plutarchus Themist. 10).

Het verbum b3j „hakken" wordt klaarblijkelijk vereischt door de determineerende groep U 12 + D 69, daar deze door Maspero's

') Apophisboek 30:24, vgl. Düm., Geogr. des alten Aeg., blz. 166. *) Tlnm m h'.xv ShmJ „hij vereenigt zich met Sechmet's leden", Urk. IV. 46. 3) 'O ith TUactiftot fïfi pxxmpix r^y xf$oA4V ceuroü gntr<ë$a« (rmérfi^ev, Plutarchus, Camillus 22.

3

Sluiten