Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39

Het is zeer opvallend, dat wanneer men de keuze heeft tusschen r en Ar, deze laatste praepositie, evenals bij hwj, bij voorkeur dan aangewend wordt, wanneer er de naam van een lichaamsdeel op volgt, terwijl r meer algemeen de richting aangeeft.

Mij zijn slechts weinig gevallen bekend, waarin hBj transitief staat1): hBjR3-pd.tjw „den stam der Ra-pedetiü overvallen" (Sinühe B 53 en 61). Ik zou er veel voor voelen, dit als een fout voor ABj r Pd.tjw op te vatten, temeer daar RB-pd.tjw een zeer ongewone samenstelling is (A. Gardiner, Notes, blz. 33). Doch de paralleltext R 85 geeft als variant ABk RB-pddjw, dus een verbum, dat een toevoeging van r niet toelaat. Daar echter het handschrift R een goede honderd jaren jonger is dan B2), is het mogelijk, dat R de fout van B kan hebben overgenomen en wij dus hier werkelijk met een voorbeeld van ABj r te, maken hebben.

30 absoluut: in onzen text wordt aan den infinitivus de bijstelling door middel van m vastgehecht. Deze praepositie is onnoodig in de constructie 'iw.f hByd mwt m tB wnwt „en terstond viel hij dood terneder" (d'Orb. 12:7), waar ABy.t partic. activum imperf. is3). In deze beteekenis wisselt ABj vaak met Arj af (Pap. Leid. 347. 10:6—7; Doodenb.-Nav. 39:9). Het n Ar „val niet", van Doodenb. 125 (Slot 3), wordt demotisch door m-'r

Aje.i = jicnpgc vertaald (Par. Demot. Todtenb. 2 : 31). Een tweede voorbeeld van onderlinge afwisseling van ons verbum met Arj schijnt in beide volgende texten te bestaan. In een litteraire discussie is sprake van een man, die zoo licht is, dat Ir nfj.k r-gs.f 'iw.f m snnj j 'ir.f ABy wBw mj gBbw „wanneer men langs hem heen blaast, als hij voorbijkomt, hij ver weg neervalt als een [afgewaaid] blad" (1 Anast. 10: 5 e. v.). HBj wBw „ver weg neervallen [als iets onbruikbaars]" vinden wij terug in een text uit het M. R., doch hierbij treedt Arj in de plaats van ABj: ïw hr.tw n hn.t wB „men komt door hebzucht ten val" (Bauer B 1 : 291 = B 2 : 52). Vogelsang blijft in zijn commentaar (blz. 201) ten opzichte van wB het antwoord schuldig; en het determinatief A 31, dat wB in text B 2 heeft, schijnt dit woord aan And te willen verbinden. Text B 1 echter determineert wB met N 49; en waar B 1 als het betere handschrift geldt (Vogelsang, blz. 7), komt het mij zeer waarschijnlijk voor, dat Ar wB hier als één begrip moet worden opgevat, welks beteekenis door de passage uit 1 Anast. een verklaring vindt4). Het determinatief, dat de variant in B 2 geeft, kan zijn ontstaan danken óf aan een ver-

<) Vgl. B. Gunn, Studies in Egyptian Syntax (1924), blz. 138 noot.

2) A. Gardiner, Notes, blz. 3; hiertegenover staat, dat textcritisch R het over het algemeen verre van B wint (A. Gardiner, Sitzungsber. Akad. Wiss. Berl. VII [1907], brz. 4), hetgeen de emendatie A3j r op grond van bovenstaande overwegingen zeer onzeker maakt. Desnoods zou men in B een haplographie hij [r] X3-fd.tjw kunnen veronderstellen, aan de hand der door A. Erman (A. Z. 56 [1920], 64) verzamelde gegevens.

3) K. Sethe, Verbum I § 79, vgL II § 861 en 883.

4) Zie A. Gardiner, Journal Egypt. Archeol. 9 (1923), 19.

Sluiten