Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

boeien en jukken, en verzegelde ze. Men voorzag de [zakken] van hun .... en draagstangen"

Commentaar.

De text. Het getal 200 in regel 4 zal een verschrijving zijn voor 500, zooals dit beneden ook wordt aangegeven en beter overeenkomt met het aantal korven, die heimelijk in de stad worden gebracht. Vóór tnk3 (regel 5) moet m gelezen worden; vaak wordt de praepositie m, n of r in de uitspraak, en dientengevolge ook in geschreven texten weggelaten, wanneer het direct erop volgende woord met dezen consonant begint') (F. Vogelsang, Bauer, blz. 7 en A. Erman, A. Z. 56 [1920], 61 e. v.). Na mlwd (regel 6) zijn sporen van een woord, dat Maspero ihwrr las, doch dat niet te reconstrueeren is. Burchardt (n° 1249) noemt het „Zusatz (?) zu Keule". De beide teekens na i3 kunnen echter zeer goed F 44 + Y 2 = hw voorstellen a); wij zouden dan een woord \3hwrr krijgen, dat door zijn syllabische schrijfwijze reeds direct een niet-aegyptische afkomst verraadt. Bestaat er samenhang tusschen ïhrr en *inK? Deze text is vol termen, die vaak slechts als hapax voorkomen, zoodat vergelijkend materiaal ons niet ten dienste staat. Dit geldt eveneens van het volgende woord.

Thbs.t Dit woord komt, behalve tweemaal in het Joppe-verhaal, niet voor. Goodwin herleidde het tot ttfcn „vessel or bundie of a kind" (Transact. S. B. A. 1874:346). Hoewel Burchardt de verwijzing naar dezen stam achterwege laat, vermoedt hij toch ook (n° 1126), dat er in thbs.t een woord van kanaanietisch-semietischen oorsprong schuilt. Het determinatief is Z 10, gebruikt bij termen, die een gevlochten voorwerp aanduiden (zie boven bij Ir i, htp). Waar nu de afleiding van het woord zich geheel aan eiken zekeren regel onttrekt en bovendien zijn semietische oorsprong geenszins bewezen is, zou ik willen wijzen op een berberschen woordstam, die, zoowel linguistisch als naar de beteekenis, thbs.t dekt. In het züaafsch-berbersche dialect bestaat een woord tiü'üïedin of titfüs'iad met pluralis tiH'üset en ti/füsedt, waarin, zooals gewoonlijk, de w zeer onvast van articulatie is en gemakkelijk in b overgaat3). De

1) Op grond van dit verschijnsel wil H Lange (Etudes dédiées a Champollion, blz. 734) in Westcar 4 : 1 ook msh pn [n]A3, „die krokodil is een angstwekkend dier", lezen. Evenzoo zijn in Zoëga's Catalogus de volgende verbeteringen aan te brengen:

ciajAttsjrv [jK,]n€iro«jjg ^-Kive-Api-je MH€iKon.pi* (Zoëga 263); mc€riA.pA.t?e rmepjooirc eTgTjfc.TiofjN.] amai ovhog» h$>ot€ Tte

JrvOOUje rtpHTOV (Zoëga 226).

2) In de 18de dynastie komt deze groep schaars voor (Burchardt, I § 95), doch geraakt later meer en meer in gebruik.

3) René Basset, Etudes sur les Dialectes berbères (1894), blz. 26. Zelf heb ik in dit woord de ü als bijna bilibialen v hooren uitspreken.

Sluiten