Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45

beteekenis is „takkebosch, rietbundel, mand, korf". De mogelijkheid, dat wij in het thbé.t van Pap. Harris 500, Verso een getranscribeerd berbersch woord voor ons hebben, is geenszins uitgesloten, daar reeds in de 22ste dynastie libysch taalbezit in het Aegyptisch overging en verscheidene woorden in beide talen hun verwante parallellen bezitten (G. Möller, O. L. Z. 1921, kol. 193—197).

In de lacune van regel 4 leest Maspero: j dj.f r-hd „die hij in het licht had gegeven, d. w. z. had laten maken". Het teeken hd wordt echter door den schrijver der verso-zijde anders geteekend (zie VIII. 14), terwijl ook de beeldspraak in dit verband eigenaardig aandoet. Men verwacht \r.tw st (sdm.f-vorm na dj; K. Sethe, Verbum II § 150a) of \ryd (infinitivus passivus, ibid. II § 565 c). Het door Maspero als hd gelezen teeken verklaar ik liever als een ineengevloeide dubbele jod ') na Ir= D 10.

Wcw. Calice heeft in zijn artikel A. Z. 52 (1904), 116 er op gewezen, dat de wcw, van wien de texten sedert de i8de dynastie tot het einde van het N. R. melding maken, geen officier is in den eigenlijken zin des woords, doch hoogstens een onderofficier2), gewoonlijk echter slechts een gewone infanterist. Dit blijkt uit verscheidene mededeelingen: 'tt3 p3 \hwtj r wcw m t3 rnp.t „de boerenarbeider wordt weggevoerd om dit jaar te dienen" (Pap. Bologna 1086: 22)s); waar de wcw [n] mi* de gewone linietroepen zijn (3 Sall. 2: I e. v.; A. Z. 19 [1881], 119 regel 4), daar draagt een hooger officier den titel van hrj-ms* „legercommandant" (A. Z. 49 [1911], 70) of hrjyfw „aanvoerder der infanterie" (Ostracon Florence 2619: 12 = A. Z. 18 [1880], 96). Wanneer een generaal zichzelf wcw noemt (Urk. IV. 890), wil hij hiermede zonder meer zijn stand als militair, niet zijn rang in het leger aanduiden. De wcw n sb3 m Mn-nfr (Stéle Br. Mus. 368) nemen de bewaking der poorten van Memphis op zich. Belangrijk voor onzen text zijn twee plaatsen, waar de numerieke sterkte van een legerafdeeling op 200 wcw wordt vastgesteld (Pap. Tur. 4:7 en L. D. III. 219e). Dit getal, dat voor elke compagnie vast stond, verdrong in de herinnering van onzen schrijver het aantal van 500 man, die door Dhüti in de 500 korven werden verborgen.

Van wcw als nomen unitatis (Calice 1. c.) bij het collectivum )wcy.t werd reeds melding gemaakt (zie boven bij 1: 2).

') De groepen nfr of md.t passen niet in het zinsverband. A. Erman (Literator, blz. 218) vertaalt eenvoudig: „die er hatte machen lassen".

2) Ww ri t3 hn pr-3 (Stéle Br. Mus. 773) is de korporaal, die het toezicht op de roeiers houdt; wzzv n hnw n.w hn is de titel van den onderofficier, aan wiens zorgen het bootenhuis (?) of de werf(?) is toevertrouwd (Stéle Br. Mus. 295; zie Ancient Egypt IV [1917], blz. 177, waar de uitdrukking onjuist als „reis of the workmen" vertaald is); vgl. nog Ahmose als wcw m f3 inj3 p3 Sm3-wr (Urk. IV. 2).

3) Vw r vfw „zijn dienstplicht vervullen" (Pap. Bologna 1094. 5:4); ddw vfiv „als soldaat aangenomen" (Gürob fragment A, Verso 1:4, B. W. B.); vgl. de uitdrukking zvc n i3wt n w'w „een oudgediende" (Pap. Bologna 1094. 12 : 3).

Sluiten