Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49

37 : 27); m-ht m33.f sw hr ïm.t.f r s.t.f htm hr htm n t3d „wanneer hij het [document] heeft ingezien, moet dit, voorzien van het zegel van den vizier, weer op zijn plaats teruggelegd worden" (Urk. IV. uio); htm hr ktm.s n cs3 nJ rmt nb „voorzien van haar zegel, dat < haar > niemand kan namaken" ') (Petrie, Coptos 22a: 6, Gr.-Rom.). Wanneer htm door htm als object (dus zonder ingeschoven praepositie) wordt gevolgd, beteekent het „de sloten2) of vestingen sluiten" (Urk. IV. 1105; III. 28; in het passief: Sinühe R 9).

Tbw. Dit woord is onbekend. In onzen text moet het een voorwerp zijn, dat evenals de m3wd voor het vervoer van zakken en manden gebruikt werd3). Men kan echter vergelijken de volgende reeks van epitheta van den vorst uit een lofdicht op Merneptah. De koning heet hier p3 mnsw tpj p3 tb.t n knkn p3 hps n sm3 h3s.wt p3 ncw n d.t „de eerste oorlogsgalei, de knots, die de vreemdelingen neerbeukt, en het sikkelzwaard, dat hen doodt; de speer der hand"4) (3 Anast. 7:2). Het determinatief „hout" (M 9), dat hier het woord bepaalt, is in vergelijking met m3wd juister, dan het teeken Z 10 in onzen papyrus; dit laatste heeft zijn ontstaan waarschijnlijk te danken aan een slordigheid van den schrijver, wien het beneden in noot 3 vermelde, meer bekende, woord voorzweefde. De tbw zullen wij dus voorloopig, evenals m3wd, als „draagstang" moeten vertalen. Deze veronderstelling wordt waarschijnlijker, wanneer wij zien, hoe in een inventarislijst der i8dc dynastie (Inscr. Hier. Demot. Char. XXVIII. 5639a: 14) tbw naast m3wd is vermeld, en tbw hier hetzelfde „foutieve" determinatief heeft, als in onzen text (vgl. Pap. Leiden I 350, Verso 4:21, inventarislijst).

Mj'wd. Het woord m3wd mag niet met m3w.t's) verwisseld worden, dat alleen „staf, harpoen", e. d. beteekent. H. Brugsch vergeleek (A. Z. 13 [1875], 127)m3wd met J31Q, hetgeen echtereen gewrongen afleiding schijnt te zijn. Behalve in een zeer bedorven passage uit het tweede dagboek van het I7de regeeringsjaar van Ramses II, waarin van den tm3wd van den vorst" verteld wordt < B. W. B. 550 >, heeft het woord een bepaalde kleur gekregen in de samenstelling r [p3] m3wdn „onder toezicht van, ten laste van"6), dus geheel parallel aan r-ht (Pap. Abbott 4: 14; Pap. Bologna 1086 : 10; Urk. IV. 55).

') Lees misschien S.c}3 „vermenigvuldigen, namaken".

2) B.v. Westcar 12:3; htm „fort", zie 3 Anast., Verso 6:5; Pap. Bologna 1086 :11;

A. z. 56 [1919], 56-

*) Een ander woord liw „vat" (Urk. IV. 22; Pap. Harris 360:6; H. Ranke, Keilschr. Mater., blz. 20) of „korf" (Dümichen, Kal. Opferliste, III. 28).

4) Oótoq yty *tt&tv tonic, ou fitupx êftcttrovs Aeschylus, Agamemnon 1437.

*) W. Spiegelberg, A. Z. 58 (1923), 154 (m[3]w.t); K. Sethe, A. Z. 54(1917), 54; H. Grapow, M-Bildungen, blz. 22 („het lange ^3zt>y voorwerp"). M3ivd „guirlande ??" Maspero, Etudes Egyptiennes L blz. 135, aanm. I.

8) G. Möller, Sitzungsber. Akad. Wiss. Berl. XLVH (1910), blz. 935 en Stéle Straatsburg n° 1378, regel 4 = W. Spiegelberg, A. Z. 56 (1919), 56.

4

Sluiten