Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

voorbeelden moge de beteekenis van het simplex blijken. Reeds in de Pyr. vinden wij deze samenstelling1) in een uitgebreid parallelisme: cnh wd3 snb ndm-ib „levend, ongedeerd, gezond en verheugd" (Pyr. 707 c), welke verbinding zich in de i8de dynastie herhaalt: dj./ n.k cnk wd3 snb s.ndm-ib m hs.t-nswt „hij moge u door de lofprijzingen van den koning leven, gezondheid, voorspoed en blijdschap geven" (Urk. IV. 1009). De heilige mrh.t-o\\e verheerlijkt (s3h) en verblijdt (s.ndm). Wanneer in het M. R. de doode zich een zalige (Bhw) wil noemen, roept hij uit: iw.j m ndm.w-ib „ik ben als een der verblijden" (Lacau, Textes Rel., n° 83: 19); swj.k nhh m ndm-ib m hsw.t ntr im.k „moge gij eeuwig gerust van geweten zijn, daar de god, die in u is, u prijst" (Urk. IV. 117)2). De blijdschap, welke de Aegyptenaar met s.ndm-ib bedoeld, is derhalve de kalme vreugde3) over een goed besteed leven of over het verrichten van een goede daad: ndm-ib mnnirr.n.f (Urk. II: 15). Vooral in de laatstbesproken voorbeelden ligt de nadruk op dezen, bijna moreelen, ondergrond van het begrip. Wanneer de koning zijn triomfen viert, is hij het voorwerp van den blijden trots (ndm zonder ib, Urk. III. 56) zijner ouders. Deze nuance geeft een bijzondere kleur aan de volgende passage: ndm-ib.k Wsr-R* mck msw n.k hrd.w III „Gij hebt reden om trotsch te zijn, Userrê; drie kinderen zijn u geboren" (Westcar II : 5 e. v.). Ook onze text gebruikt met opzet die uitdrukking, daar de gelukwensen aan de vrouw van den syrischen vorst tevens als het ware een overwinningsbericht inhoudt.

De gewone beteekenis van „verblijd, verheugd zijn" bleef echter naast deze speciale gehandhaafd. Sbn m ndm-ib s.c$3.t ms.sn n.f iw (=e) s.Aa-ib.f „laeti coeunt, en zij vermeerderen het aantal van hun kroost, dat zij voor hem voortbrengen, in opgewektheid des harten" (Barberini Obelisk, bij A. Erman, Röm. Obelisken, blz. 31)4). De uitdrukking wordt met het causativum van het verbum vooral dan gebezigd, wanneer er sprake is van een goede tijding, die aan hooger geplaatsten gebracht moet worden, of van een daad in het belang van koning of chef: wd3 pw irJn r-hnw r s.ndm-lb n km./vóe feestelijke optocht naar het paleis om den vorst aangenaam te zijn" (Urk. II. 47). Met een woordspeling op den eigennaam zegt een rijksgroote: wn m3e S.ndm-ib m s.ndm-ib n 'Issj „voor-

') É.ttdm zelf heeft, ook zonder li, denzelfden zin: s.ndm t3 r-dr.f n-z3d-n mrj.f „die door zijn groote liefde het geheele land verheugd doet zijn" (Urk. IV. 995). De samenstelling ndm-hr (Urk. H. 93) moet men als contaminatie beschouwen van ndm-lb en wd3-hr, dat beneden sub 2° ter sprake komt. E. Naville, die A. Z. 40 (1902/3), 71 dezen text behandelt, vermeldt dit niet.

*) É.ndm-li hsw hsw.w „een man, gerust van geweten, dien de geprezenen prijzen" (Urk. IV. 967'; vgl. Bauer B 69).

») Vandaar dat eenmaal ndm-lb gebruikt wordt naast m htp „in vrede" (Brugsch, Thesaurus 36; vgl. Pyr. 897 c). S.ndm heeft ook in letterlijken zin de beteekenis van „het zich gemakkelijk maken, neerzitten". (Pap. Mag. Harris, Recto 9:1 + 7, met de variant hmSj); voor „wonen" zie Pap. Harris 77:1; Pap. Bulaq 17:4:3.

4) Met dit verbum hc wisselt ndm-lb eveneens af: Lacau, Textes Rel., H A. 35.

Sluiten