Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

vredige begrafenis komt na afloop van uw zeventig dagen in uw balsemingsvertrek" (A. Gardiner, Tomb of Amenemhat, blz. 56).

Overdrachtelijk wordt km gebruikt voor „volmaakt" in moreelen zin. Km-lb1) „volmaakt van karakter" (Urk. IV. 49 en 94). Naast \3w.t „dienst" en wnw.t „rang" gebruikt, beteekent km „plicht, verantwoordelijkheidsgevoel" (Urk. IV. 973). Deze kracht van km komt vooral te voorschijn in de uitdrukking n km-lrj „er is geen einde aan, er is geen sprake van volmaaktheid"2), bij voorbeeld in de volgende passages: n km n ms0 téw.f m hmw.tQ) „een leger, welks aanvoerder een lafaard is, is niet wat het wezen moet" (Urk. III. 10); n km n épéé.w m-hm.tJn „geen waardigheid is volmaakt zonder [wijze menschen?]" (Prisse 18:6).

2° Causativum. Het is vooral het causativum, dat voor „den tijd doorbrengen" wordt gebezigd. S.km rnp.wt hr-tp t3 „de jaren op aarde slijten" (3 Anast. 4:8 e. v.; 4 Anast. 4:4; vgl. 5 Anast. 18: 12 en d'Orb. 19:2 e. v.); é.km hrw... Wd.w „dagen (en?) maanden doorleven" (Mar. Karnak 52 : 19). Behalve s.km vinden wij ook het verbum mh (<rv[tirkiipovv, Schol. Lycophron Alex. 829): st m ïwr mh 'ibd.wJt „zij is als een zwangere vrouw, wier maanden ten einde zijn" (Pap. Leiden 348, Verso 11:5). In hun temporede beteekenis vallen dus skm en mh geheel samen, doch in mathematische texten is er een onderscheid: „Erganzung durch Addition wird durch skm, Erganzung durch Multiplikation dagegen durch mh ausgedruckt" (von Schack, A. Z. 41 [1904], 80). Een eigenaardige overeenkomst in spraakgebruik tusschen het nederlandsche „den tijd dooden" en het Aegyptisch hebben wij in Ir skk rnp.wt m hsy „wanneer de jaren voorbij zijn" (sk = te gronde richten) terwijl ik geprezen werd". Omgekeerd lette men op de beteekenis van ékm in de woorden bs hr-tp.t.f tk3 r wp.wt.sn s.km iw/.sn wnm.s hc.w.nén „zijn uraeus spuwt vlammen op de hoofden zijner [vijanden], hun vleesch verterend en hun lichamen opvretend" (Br. Mus. 138:8).

'Ibd.w n mst. Deze schrijfwijze van mét zonder derden radicaal (K. Sethe, Verbum II § 673, 1) komt eveneens 1 Anast. 9: 5; 5 Anast. 11:3 en Pap. Tur. 57 : 2 voor.

In tegenstelling met de rekening der klassieke volkeren met tien maanden van zwangerschap3), bepaalden de Aegyptenaren den duur der zwangerschap op negen maanden (K. Sethe, A. Z. 58 [1923], 24), dus niet naar lunairen tijdsmaatstaf. Wanneer de oude doodenteksten tot den gestorven koning zeggen mé.k \r

•) Ook s.km-lb (Urk. IV. 1182); vgl. s.km-lb, gezegd van dengene die lijn woorden goed en met tact weet te kiezen (Urk. IV. 67).

2) Pap. Malingen 1:552 Sall. 1:4; Bauer B 182 en F. Vogelsang, blz. 148; Griflïth, A. Z. 34 [1896], 41; A. Gardiner, Journal Eg. Archeol. 9 [1923], 15.

3) Vgl. „namque laboriferi cum iam natalis adesset Herenlis et decimum premeretur sidere signum" (Ovid. Metam. IX. 285 e. v.) en „iamque coactis Cornibus in plenum noviens lunaribus orbem lila Paphon genuit" (ibid. X. 295 e. v.).

Sluiten