Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8o

in dat geval zijt gij zeker verloren" (3 Anast. 3:9=5 Anast 8 : 1).

HfJw. Zie Bijlage II. Voor iw zie bij IV : 7.

%c.n sdm. Deze foutieve lezing voor het correctere chc.n sdm[.n] n3.n kan door haplographie onder invloed van den volgenden consonant ontstaan zijn, hoewel juist deze verbale vorm vooral in latere tijden deze ontaarding van constructie ook dan vertoont, wanneer geen gelijkheid van consonanten als verontschuldiging kan gelden (K. Sethe, Verbum II § 153). chc.n sdmJn sw (sic, = nn) „zij vernamen dit" (Urk. III. 13); chc.n hbJn n hm.f hr.s „zij zonden dienaangaande bericht aan Zijne Majesteit" (Urk. HL 16); en evenzoo tallooze malen in de Bentrest-stèle (A. Erman, A. Z. 21

[1883], 56). \ ..

Voor de folklore is het van belang erop te wijzen, dat de omgeving van den jongen prins de Hathoren niet zien kan, doch alleen haar uitspraak verneemt (A. Erman, Literatur, blz. 210 aanm. 2).

N-gs. N-gs of m-gs „aan de zijde van, naast", wordt steeds') in den letterlijken zin opgevat, terwijl daarentegen r-gs, dat oorspronkelijk dezelfde beteekenis heeft (Westcar 12:25), een speciale nuance krijgt van „in tegenwoordigheid van, ten overstaan van", als juridische term (Urk. L 6b; Pap. Kahün 9:12; K. Sethe, Vezir, blz. 12 en A. Z. 59 [1924], 18). Beide samengestelde praeposities zijn een variant van hr-gs. Beneden IV : 8 is r-gs gebruikt.

Whm. Dat dit verbum niet alleen van het overbrengen van

woorden (otpuiojk.), maar reeds op het eind van het M. R. van „mededeelen"2) gezegd wordt, blijkt uit wn-ln hrj-hb WbBAnr hr whm md.t tn \r.n p3 nds m pr.f hnc t3y.f hm.t n hm n nswt jde priester Uba'öner ging den koning op de hoogte brengen van de liefdesverhouding8), die in zijn eigen huis tusschen zijn vrouw en den burger was ontstaan" (Westcar 4:4).

Ib-dw. Dw heeft op zichzelf reeds den zin van „onaangenaam, verdrietig": dw n „wee hem, die..." (K. Sethe, Verbum II § 762 noot); dw hr \b n Gb twt pss.t Hrw n psi.t St „het feit, dat Horus' aandeel aan dat van Seth gelijk was, stemde Geb bitter" (A. Erman, Sitzungsber. Akad. Wissensch. Berl. XLIII I1911], blz. 932). De uitdrukking Ib-dw r-e3.t-wr.t of r Iht nb.t is reeds in het O. R. stereotyp: wn-in ïb n hm.f dw c3 wr r iht nb „het hart van Z. M. was bovenmatig bedroefd *)" (Urk. I. 42).

•) Doodenb.-Nav. 183 : 22; Lefébure, Tombeau de Séti I, dL II. 23; de Rochem. Edfu I. 249; m gS.f \3btj „aan zijn linkerzijde" (Nectanebos' naos te Saft el-Henneh <9> B. W. B.). Een bijzondere beteekenis heeft ky r-gi.f „een ander dan hij" (F. Vogelsang ad Bauer B44).

2) Whm als substantief is niet met „heraut" te vertalen, doch beteekent algemeen „one who reports marters to higher autorities" (B. Gunn, Studies in Egyptian Syntax, blz. 97 noot). Het verbum staat dientengevolge op één lijn met f.Br (A. Erman, Sitzungsber. Akad. Wiss. Berlin XLV [1916], blz. 1149).

*) 'Irj md.t tfu' in re amatoria, een euphemisme evenals ir wnw.t, }r 3.t, rh e. d.

4) „Dien coninc wart de herte onvroe" (Vos Reynaerde, vers 982). Voor den vorm '3 wr van het adverbium zie F. Vogelsang, Bauer, blz. 55.

Sluiten