Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

'iw p3 hrdw hr dd n.f 'tmmc ïn.tw n.j wc n mj-kd.f wn-'m p3 sdtnw hr ïtn't hr whm sn (10) n hm.f 'nh wd3 snb wn-ïn hm.f cnh wd3 snb hr 'dd 'immc 'it.tw n.f wc n ktkt srj 0i g3s.t h3.tj.f ch\n niw hr 'itdw (n) n.f p3 tsmw.

„De koning liet voor hem bouwen [een huis van] steen in de woestijn, dat voorzien was van menschen en van alle goede dingen van het paleis. De jonge man ging er nooit uit. En toen de jongen grooter was geworden, steeg hij eens op zijn dak') en zag een windhond, welke achter een man liep, die op den weg aankwam2). Hij sprak tot zijn dienaar, die naast hem stond: „Wat is dat, wat daar achter dien man loopt, die langs den weg aankomt?" — Deze zeide tot hem: „Dat is een windhond". — De jonge man sprak tot hem: „Laat mij iets soortgelijks brengen". — De dienaar kwam dit melden aan den koning, en de vorst sprak: „Laat hem een klein [soort] brengen, [opdat] zijn hart [niet] bedroefd zij". — En men bracht hem den windhond .

Commentaar.

De text. De aanvulling dj.t kd.[tw n.f wc n pr] n mr in regel 5 is boven allen twijfel verheven. In regel 10 ligt de toevoeging van r tm met of zonder dj.t voor de hand. Voor dj.t is echter de lacune te klein. Regel 10 vertoont wederom dezelfde fout (sn = st), die men in regel 5 aantrof.

Pr n inr. De uitdrukking kdj m 'mr, oorspronkelijk in tegenstelling met den bouw van leemen hutten en huizen in zwang gekomen, heeft in de meeste gevallen zijn beteekenis als zoodanig verloren en wordt eenvoudig als één verbum behandeld3). Zoo vinden wij het verbum reeds in het M. R. (Pap. Kahün 16:3; vgl. voor later LD. III. 650: 12 [Amadastèle], en Urk. III. 68). De vorst zegt van zichzelven: kdj h3.t.j m 'mr „ik bouwde mijn paleis (van steen)" (Pap. Harris 58:7); hij maakt voor de goden een bhnw c3y n 'mr „een groot slotgebouw" (3 Sall. 2:9; Pap. Harris 45 : 6), evenals de tempel van Seti te Abydos een kp m mr, „steenen zoldering" heeft (A. Z. 43 [i9°6], 9)- En wanneer Thotmes III zijn Annalen in het heiligdom wil laten graveeren, beveelt hij dj.t smn.tw nhtw dj.n n.f 'it.f 'Imn hr s3.t Inr m h.t-ntr

') Vgl. «\qSOXl «mujUJI CruXerie^p (Guimet 17-50; het Coptisch gebruikt behalve CSOXI - # ook [€OJ)AI €Sh] TXeii€nwp (Zoëga 3«8;

Etudes dédiées a Leemans,. blz. 90). Voor de beteekenis van % vergelijke men eTAqAIAI M2£€ niAÏVOTr MA«pt CTT&HAI .*..*.HHI (Guimet 25 : 53)7) Evenzoo Sm hr (3 m/'J (LD. Dl. 2i8<r). ff* ») Evenzoo kwï m Inr (Mar. Abydos I. :4; vgl. Sinühe B 196, 300), hoewel hwS krachten, het determinatief eigenlijk het stampen van het leem vóór het gebruik aanduidt.

Sluiten