Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«7

het woordteeken in een hiëratischen text uit Beni-Hassan (I. 38: 3, regel 5) uit denzelfden tijd. Eerst in lateren tijd werd het teeken als dBdB uitgesproken; en de term dBdB n pr ging als xotei{xi>p in het Coptisch over. In vele gevallen schijnt de vraag gerechtvaardigd, of er werkelijk een samenstelling tp-h.t „dak" in de oudere taal bestaan heeft, m. a. w. of men hr tp-h.t dan wel hr-tp h.t (als samengestelde praepositie) transscribeeren moet1). Het bestaan van het samengestelde nomen wordt echter ruimschoots bewezen door verscheidene texten, die wij onder 2° zullen samenvatten en waarin aan het woord tp-h.t nog als nadere bepaling de woorden „van het huis", of „van den tempel" worden toegevoegd. Eerst echter mogen eenige voorbeelden volgen van tp-h.t zonder nadere bijstelling:

i° Een interessante plaats is Sinühe R45 =Biq. De gevluchte Aegyptenaar is bevreesd voor de spiedende wachters op de tinnen van den muur (wrï.w tp Ini); daar echter de hiëratische teekens voor het determinatief van )nb (O 36) en voor h.t zeer licht te verwisselen zijn, vervangt B het (in R voluit geschreven) woord \nb door het woordteeken h.t. Zeer zeker luidt in dit verband de vertaling nog „de wachters op den muur (R), op het huis (?B)"; doch de inepte uitdrukkingswijze in B wijst op een contaminatie in de gedachte van den schrijver tusschen de bedoeling van den text en een groep // h.t, die bezwaarlijk iets anders kan zijn dan ons woord voor „dak" (vgl. A. Gardiner, Notes Sinühe, blz. 18). Het dak is voor den Aegyptenaar de wandelplaats in de koele avonduren (s.t hutwt tp-h.t Pap. Golénischeff, < 53 > B. W. B.), waar hij de faits divers van den dag bespreekt. Van den man, wiens reputatie goed is, wordt gezegd, „dat zijn naam de ronde doet op de daken" (rn.f phr hr tp-h.t Pap. Leiden I 350. 3: 13; vgl. A. Gardiner, A. Z. 42 [1905], 27). Daar kan men elkeen ontmoeten; en „op het dak" geldt voor den Oosterling als een aequivalent voor „thuis": hdb.tw s hr tp-h.t.f „een man wordt in zijn eigen huis vermoord" (A. Gardiner, Admon. 13:2).

Het woord tp-h.t wordt vooral van het tempeldak gebruikt2), waar zich in het ptol. heiligdom het kleine daktempeltje bevond. Hathor-Sechmet „glanst in haar heiligdom bovenop3) den tempel" (hc.t hnt hm.tJ tp h.t Mar. Dend. IV: 2$b). Zoo is tp-h.t, behalve de aanduiding der plaats, waar de naos zich bevindt, tevens de

') Vgl. echter OlXN (var. 62f.H) T22€ll€rUüp = *hr(?ax. r)— d3d3[»].? d3d3 n pr (Zoëga 100, 318, 459).

*) Toen de tempel van Cusae vervallen was, „speelden de kinderen op zijn dak" (AM Al3.w hr tp-h.U Urk. IV. 386).

3) Hier dus nog praepositie. Met tp-ht als één woord kan men in het Mendedialect de uitdrukking pewumba lett.: „huis-hoofd-top" vergelijken (F. W. H. Migeod, Languages of Western Africa II [1913], blz. 190).

Sluiten