Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

papyri wordt de casus positio ingeleid door \r s „gesteld dat iemand [aan die of die ziekte lijdt]"; dj s r wn./ tn? „iemand recht laten wedervaren" (K. Sethe, Vezir, blz. 8). Parallel aan het sub i° gegeven voorbeeld 9 Anast. 2-3 \tf n rmt „iemands vader", staat het gebruik van s in tm.t nS s hr )ht ïtf.f „degeen, die nooit iemand van het bezit zijns vaders heeft beroofd" (Doodenb.-Nav. 15 A. I. 16, vgl. A. Z. 14 [1876], 108 en F. Vogelsang, Bauer, blz. 93). Een duidelijker omschreven beteekenis krijgt s in de samenstelling s3-s, „a man who was able to point to a well-to-do father, in opposition to the base-born slave" (A. Gardiner, Admon., blz. 30, en Abydos III. 29: 14)'). Een tweede geval, waarin s als het ware met rmt afwisselt, is Lebensm. 31: n ntk is s lw.k tr [m] cnh.t „gij zijt geen [gewoon] mensch; komt gij misschien < uit > het doodenrijk ?" De vertaling dezer passage is echter zeer onzeker (zie A. Erman, I.c, blz. 31); doch wanneer deze wedergave juist is, wordt het nuance verschil tusschen s en rmt goed geïllustreerd door het n ntk U s van dezen text en het bn m ntk rmt, dat ik sub i° besprak. Zijn volle kracht van algemeen woord heeft s in de samenstelling s.t-hm.t, lett. „vrouwmensen", cp_iJN.t2), dat het vrouwelijk pendant is van s-t3y „een mannelijk persoon" (A. Z. 38 [1900], 44) of alleen tly3) (Lebensm. 98, zie boven bij IV: 1).

Sdm. De sdm is de ambtenaar of dienaar, die naar de bevelen „luistert". N wn hr kw.fsdmw.n.fsdm.w r3 wz htm r3.w „niemand is er zoo geëerd als hij; naar hem luisteren de sdmw; hij is de eenige, die het recht tot spreken heeft; hij legt anderen het zwijgen op" (Chnumhotep 155 e. v.)4). Vandaar dat verscheidene malen in de texten sdm en sdm-s worden verwisseld. Als hoofdpunt van verschil kan men laten gelden, dat sdm „dienaar", sdm-cs „ambtenaar" van een nog niet nader te omschrijven bevoegdheid aanduidt5). De sdm.w innen als lagere beambten de be-

') In het moderne Palaestina heet de vrouw van goeden huize ook bint hannas, „dochter van menschen" (H. Schmidt en P. Kahle, Volkserzahlungen aus PalSstina [1918], blz. 44). Prof. Thierry wijst op de parallelie tusschen het aegypt. s3-s en hebr. OTN~pi aram. JtfW ~Q, i vtbs roB Mtuxov.

2) Pap. Westcar 5:9 en 12 worden hmj en sj-hm.t, evenals ibid. 10:4 alleen sJ, nog zonder onderscheid naast elkaar gebruikt Eerst later wordt s.t-hm.t tot het in beteekenis algemeenere woord (Griffith, Stories, blz. 87). Men vergelijke het gebruik van v, üvQpuTos door Menander, Samia, ed. v. Leeuwen, vers 133.

3) Het uit de volkstaal opgekomen 'A3iutj = gOOTTT, dat op den duur t3j verdringt, treffen wij in een officieel document het eerst aan in het Cheta-verdrag, regel 26.

4) Een soortgelijke woordspeling tusschen nomen en verbum bij Sdm vindt men el-Amarna L pl. 8. De beteekenis, die Sdm in ons woord heeft, bezit het verbum overdrachtelijk in tm lr wpj mf e-mn sb.t stm n.k „tracht geen recht te spreken onder de menigte, wanneer gij geen stok' tot uw dispositie hebt", lett.: „wanneer er geen stok is, die naar u luistert" (Pap. Insinger 27 :11).

») Voor den Sdm-cS zie Ch. Boreux, Journal Eg. Archeol. 7 (J919), "3 e- v. en W. Spiegelberg, Mythosglossar n° 124. H. Sottas vertaalt het demotische Sdm-S n sfj door „aide-sacrificateur" (Revue Egyptologique, Nouv. Série I [i9>9]» bk- '46 = Poème Satyrique 5 :83); W. Pleyte gaf Sdm-lS met „auditeur" weer.

Sluiten