Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io6

samenstelling door dw „berg" vervangen, hetgeen ons niet behoeft te verwonderen na hetgeen ik boven bij IV: 6 opmerkte. De hooger gelegen woestijngrond loopt steil naar het Nijldal af en „de bergen" zijn synoniem met „de wildernis". Hns dw.w hbhb \n.wt s.dB hr stj.t cw.t n hBs.tw „bergen en dalen doorkruisend bij de blijde jacht op het wild gedierte" (Urk. IV. 955, vgl. 1026 en 1062). Op de cw.t n tw maakt de valkenier in Syrië jacht (Mythos 3:9); wanneer de magiër het heelal betoovert, worden de „vogelen des hemels, de visschen van het zeediep en het wild gedierte" zijn slachtoffers: nB Spd.w n te pe lrmc nB rm[w n] pB mt nB 3Bw n pB tw (I Kh. 3: 36). Zoo kent het Coptisch

ïrrfeïtooire Wojk tïtooit (Zoëga 353) en den ciahtoott (Zoëga 291 — *cBn dw)').

De jacht op wilde dieren als tijdverdrijf voor den rondzwervenden sprookjesheld is een bekend motiefin de aegyptische volksverhalen. Het is wederom het sprookje van de Twee Broeders, waaraan wij de parallel mogen ontkenen: tw wrs.fhr bhs \Bw.t n hBs.t hr tn wBh m-bBhJt „hij bracht den dag door met jacht te maken op het wild, en hij legde zijn buit voor de voeten der vrouw" (d'Orb. 10 : i).

Sr > wr. Hiëratisch loopen de teekens A 29 en 302) dooreen. Het eerste moet sr, het tweede/ wr gelezen worden (A. Gardiner, Inscr. of Mes, blz. 13). Sr is de titel van den hoogen staatsbeambte in Aegypte zelf3): sr nswt „magnaat van den vorst" (Sinühe B 289); wdc.f ntdw ntr U sdmn.f tndw sr U „hij spreekt recht als een god, en men luistert naar zijn woorden als naar die van een gewichtig personage" (Pyr. 347 b). Wr is de titel, die aan buitenlandsche sjeichs en vorsten wordt gegeven in tegenstelling met aegyptische hoogwaardigheidsbekleeders. In het Cheta-verdrag (6) is pB wr-cB (ovpo) n HtB steeds onderscheiden van pB hkB CB n Km.t, zooals Ramses II zich noemt4); en het is begrijpelijk, dat de spijkerschriftcopie de vernedering, die in dit verschil van titel schuilt, vermijdt door beide contractanten sarru rabü „grooten koning" te noemen8). In de el-Amarna-brieven (ed. J. A. Kundtzon, 151 : 59) is Etagantpawari

') Het oudste mij bekende voorbeeld, waarin dw in de plaats van H3sJ treedt, is 13w.t éo.t (sic), Ostracon Cairo 25213, Verso 2. Een andere beteekenis heeft ja^c.dkO mtüjotp als vertaling van 6 KtoxóStitot i xtrTC"°t (Leviticus 11 :29, Spiegelb.). De Hausa noemt een hagedis nog „krokodil der stad" (A. Tremearne, The Ban of the Bori [1914], blz. 63).

2) „Der alte gebeugte Mann ist wr zu lesen", K. Sethe, Vezir, blz. 28; vgl. de schrijving van wr ïrj „groot en klein" bij A. Gardiner, Admon. 4: 2. Het determinatief bij I3w behandelt F. L. Griffith, Kahun, blz. 30.

3) L. Borchardt, A. Z. 28 (1890), 89; K. Sethe, Vezir, blz. 7.

4) „Ursprfinglich bedeutete beides ,Hauptling'; als poëtischer Ansdruck für Herrscher wird aber niemals nur kk3 gebraucht, so dass wr zu einem geringen Titel herabsinkt" (W. Max Muller, Mitth. V.-Asiat. Gesellsch. 1902 n° 5, blz. 32 noot).

5) Ed. Br. Meissner, Sitzungsber. Akad. Wissensch. Berl. XX (1917), blz- 283i regel 5—6.

Sluiten