Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io8

Commentaar.

De text. Maspero las in regel 7 ten onrechte hr nBJn, evenals in regel 10 cèw n p3y-ét. Het teeken na de diacritische streep van de praepositie hr is het signum pluralis, dat misschien onder invloed van het meervoudig suffix ontstond. In regel 4 is de vorm kd het passief sdmw/ in perfectische beteekenis. In regel 9 is de schrijfwijze égn voor het causativum IIae geminae opvallend. Uit de gevocaliseerde en geaccentueerde transscriptie * sogriin (K. Sethe, Verbum I § 223, sub 3) is het wegvallen der niet benadrukte met daarop volgende samentrekking der beide nasalen (ib. I § 60 en § 226), begrijpelijk; doch het feit, dat de geminatie ook in het schrift achterwege blijft, is eerst van lateren datum: hiëroglyphisch zijn mij slechts twee gevallen bekend (Mar. Dend. I. 49b en Düm. Kal. Inschr. 113; vgl. Düm. Temp. Inschr. II. 19: 5). De samentrekking der twee nasalen, uit het Coptisch bekend (coerit: covert), is reeds in het Demotisch tot gewoonte geworden (I Kh. 5 : 17, Mythos 19 : 29, e. d.).

Bwpw. Zie bij IV: i.

Msy. Zie bij IV : 1 en 3; vgl. K. Sethe, Verbum I § 207.

Hr. De partikel hr wordt gewoonlijk met r *) geconstrueerd, daar deze praepositie het verwijderd-zijn uitdrukt (zie w3 r bij V: 5).

i° IIr.i-hrw Iwf ps 3pd m 3sr hr-r cw.t h3é.t „dagelijksche spijs was gekookt vleesch en gebraden gevogelte, afgezien nog2) van wildbraad" (Sinühe B 88, vgl. 90); hr-r scd m it.t in mf n hm.f „[de oogst van den vijand werd buitgemaakt,] behalve alles, wat door de koninklijke troepen was afgesneden en geplunderd" (Urk. IV. 667; vgl. ibid. 721, 725, 728, 733).

20 Daar hr, evenals het Hebreeuwsche de beteekenis

van „weg van, verwijderd van, uit" kan hebben (A. Gardiner, Notes Sinühe, blz. 43), vervangt deze praepositie soms r in de samenstelling met hr: hr-hr.k bw rh.tw kj.k „afgezien van u, is er niemand bekend zooals gij zijt" (Pap. Bologna 1094. 3 : 10, vgl. 4 Anast. 11:4).

30 Zeer schaarsch zijn de gevallen, waarin hr direct door het nomen gevolgd wordt zonder gebruik van eenige praepositie: bwpw wc md mc.j hr p3y.k én srj „niemand sprak met mij behalve uw jongste broeder" (d'Orb. 4: 10 e. v.); chz.n ïn.n.j hm.t énw m hBk hrw nn ms.n.j n hm.f „ik bracht twee slavinnen als buit met mij mede, afgezien van alles, wat ik aan den koning bracht" (Urk. IV. 7 e. v.). Behalve deze plaatsen3) is onze text de eenige,

') De verbinding hr m (Mar. Dend. IV. 35, 32) is wellicht aan een schrijffout te wijten.

2) Redactie R. heeft h3w = m-hSw, „bovendien nog" (vgl. Urk. I. 30; Revue Egyptol., Nouv. Série 1 [1919], 33; Urk. IV. 1101).

*) Mogelijkerwijze eveneens in een text uit Karaak (B. W. B. < 791 >).

Sluiten