Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iii

Eigenaardig is het, dat in een demotischen text de beide beteekenissen, die éét tot in late tijden bewaard heeft, zijn verwisseld: Hcpj Mrwr mne hr p3 ést pr-3 s3* dt „Apis en Mnevis blijven voor eeuwig op den sst van den koning" (sic, Pap. Insinger 35 :9). Het woord éét „kapel", bleef door het Demotisch (b.v. A. Z. 56 [1920], 7 = Weensch Apisritueel 10: 3) tot in het

Coptisch bewaard: €ituj€jk.uji MOTri2kU>^.oii ri^HTCr €necjpA« ne

ko«-oc «jtaXhovt e^jpHi €2£m otujottojt1) (Zoëga 100).

"W3 r. W3y is pseudoparticipium met als dubbele jod geschreven laatste radicaal (K. Sethe, Verb um II § 110), welke VI: 4 door de w2) is weergegeven. De praepositie r heeft dezelfde beteekenis als in de boven besproken samenstelling hr r „behalve"3). De vorm komt voor: i° als zuiver adjectief4): ir t3 'wn.t n t3y.k mrkbtj cwn.étff3é.t w3w „de boom(?) van uw wagen treft verre landen" (Poem of the Chariot, A. Z. 18 [1880], 95); t3 nb w3w „alle verafgelegen landen" (3 Sall. 6: 10; vgl. Ann. Serv. 14:41);

20 adverbiaal in de samenstelling m w3w: wn.én n.f m w3w „men opent van verre reeds voor hem [de poorten]" (Urk. III. 32); énd tw n w3y „men vreest hem van verre" (E. de Rougé, Inscr. Hiër. 146; n voor tn ook Champ. Mon. 219); ér n.f ch3 tn w3 „verklaar hem van verre den oorlog" (Urk. III. 8); evenzoo in

het Coptisch j\.noire: ^no^eie. In onzen text is daarentegen het adverbiale tn w3w r als pseudoparticipiaal adjectief bedoeld;

30 adverbiaal in den absoluten vorm w3w, b.v. beneden VI -.4.: chc w3w „op een afstand9) staande"; rwd 'tr.t.k gmh w3w „uw oog moge krachtig zijn bij het zien in de verte" (4 Anast. 3 : 3). In dit laatste voorbeeld kan echter w3w ook verklaard worden als nomen, het object bij gmh: „het verwijderde waarnemen". Dit als substantief behandelde w3w vinden wij, in temporede beteekenis, eveneens Admon. 7: 1 hpr r w3w „[niet] geschiedde dit sedert langen tijd"0). Zeer zeker als adverbium is w3w echter in beide volgende texten bedoeld: hr.tw n hn.t w3w „men valt door hebzucht diep" (lett. „ver", Bauer B291); ; Ir.f h3y w3w mj gbw dbw „hij valt verre neder als een verdord boomblad" (1 Anast. 10:6).

9Iwtn. Het woord ïwtn, dat wij sedert den tijd van Thotmes III

') Een verhoogd altaartje of bidtafeltje ?

2) Evenzoo i Anast. 8:4; Pap. Tur. 18:15; 3 Sall. 6:10.

3) Een andere beteekenis heeft de praepositie in het door J. H. Breasted (P. S. B. A. 23 [1901], 239 e. v.) besproken w3 r „beginnen te". Het speciale w3 in den zin van „weglaten uit een lijst" komt slechts éénmaal voor (LD. III. 219 e).

*) Adjectief schijnt w3w ook te zijn in Sinühe R 25 : ïw.j m vf~r w3w „ik was in de buurt, een eindje weg", waarbij w3w het woord vfr nader bepaalt („as I was nigh at hand a little way off" (A. Gardiner, Notes Sinühe, blz. 12).

5) Vgl. ovctiï = /iicKpóSev, Horapollo I. 29.

6) Doch v)3tv r hpr = „beginnen te gebeuren" (1 Anast. 8:4; Inscr. Dédic. d'Ab. 30); zie boven, noot 3. Voor de vertaling der geciteerde passage Admon. 7 : I zie men B. Gunn, «Studies in Egyptian Syntax, blz. 193 aanmerking.

Sluiten