Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

eveneens in de bewoordingen, waarin een feestdronk wordt ingesteld : n kBt ir.t hrw nfr wn.t tp-t3 „op uw gezondheid! Maak gebruik van het onbezorgd geluk, zoolang gij nog leeft" (Urk. IV. 1163). Vaak met het verbum swr verbonden, krijgt hrw nfr de beteekenis van „drinkgelag, feestmaal" (Pap. Westcar 2:9 + 3:9; Pap. d'Orb. 16 : 2 en 18:9; Petub. 5 : 14; I Kh. 3 : 27, vgl. Urk. IV. 1214), terwijl I Kh. 3 : 6 Ir hrw nfr \rnf in re amatoria als variant van ïrj 3.t (Pap. Westcar 2 : 6) of irj wnw.t (Pap. d'Orb. 3 : 7) voorkomt. De verbinding hms hr lr.t hrw nfr van onzen papyrus, waar hmsj den zin van „bezig zijn met" (zie bij IV: 12) heeft, staat reeds Pap. d'Orb. 16: 2.

Wsi In masculino kan men zoowel whB als ws3 in de lacune invullen. Het oudere wffi is oorspronkelijk een verbale stam (vgl. A. Z. 37 [1899], 141); het jongere nomen wsB is in zijn vrouwelijken vorm (ws3.t) tot in het Coptisch (oitujh) blijven voortbestaan. Er bestaat m. i. geen noodzakelijkheid, om met K. Sethe (Verbum I, § 154a) een femininum *whü.t aan te nemen.

Kd. Zie bij VII: 12.

Htc. Zoowel hf als h't kan als transscriptie voor dit woord gebruikt worden, dat in de texten der i8de—20*" dynastie, vooral in de inventarislijsten, voorkomt. Het is de „angareb", welke men zelfs onder het meubilair van den armsten boer aantreft (F. Calice, A. Z. 52 [1914], 130). Eigenlijk is hf het uit brons1), uit hout2) of uit vlechtwerk 3) vervaardigde bovenstel van den rustbank, dat op vier pooten (rd.w Ostracon te Cairo, Catal. 25242) rust. De eenige, mij bekende, literarische text, waar hf in verbinding met het verbum sdr voorkomt, is Pap. d'Orb. 13:3: Iw.f hr gm p3y.fsn sdr hr p3y.f hf „hij trof zijn broeder aan, terwijl deze te bed lag".

Shm m. Zie bij 1: 12.

Giy. De g3y is een nap of kom, waarin brood (Pap. Harris I7è: 3), honig (Pap. Harris 360:5), olijven (Pap. Harris 19^:15; 39:5; 40a : 8; 55<5: 13 ; 72 : 8), groenten (Pap. Berl. 10631 : 6) en natron (hsmn, Düm. Kal. Opferliste III. 23) bewaard worden. Slechts éénmaal wordt vermeld, dat hij uit brons (hmJ) vervaardigd is*) (Pap. Berl. 9784: 24 vgl. A. Gardiner, A. Z. 43 [1906], 30); verder worden wij omtrent het materiaal in het onzekere gelaten. Het is wederom de Pap. d'Orb. (8 : 5 en 14: 2 5), waaraan ons sprookje het voorbeeld van een g3y met hk.t ontleende.

') Pap. Mayer B. 12.

2) Pap. Berl. 12343, Verso j e.».; Abydos III. 55; Inscr. Hier. Demot. Char. XV. 5649:4 en XVI. 5633, Verso 3; vgl. misschien nog W. Spiegelberg, Demot. Papyrus Brussel, blz. 7, waar hm-htt als „meubelmaker" vertaald kan worden.

S) Pap. Salt 124. 2': 19 (B. W. B. nbd).

4) Gedetermineerd met D 28. Het woord komt in het Coptisch als <o<M tweemaal voor (Pap. Berl. Copt. 8361).

s) Voor de schrijfwijze 9g3nn (Pap. d'Orb. 14: 2) vergelijke men A Z. 29 (1889), 57 aanm.

Sluiten