Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i56

langzamerhand een reeks sagen die, hetzij oorspronkelijk aan een anderen persoon verbonden of ook geheel door de volksverbeelding in het leven geroepen, een legendencyclus zouden gaan vormen, zooals wij die in de Sesostris-, Ramses- en Petu bast is- verhalen ook reeds in het oude Aegypte aantreffen'). Een der schakels uit deze verhalenketting ligt nu voor ons. Hiermede hebben wij echter een zeer belangrijk gegeven verkregen voor de wordingsgeschiedenis van het verhaal, dat de papyrus ons geeft. Zeer zelden gebeurt het, dat een legende of sage zich vormt dadelijk na het historische feit, waarop zij is opgebouwd. Eerst na verloop van tijd kan uit een historisch gegeven als kern, waarom zich diverse motieven kristalliseeren, een „einheitlich" verhaal ontstaan2). Een aardig voorbeeld hiervan is, vóór een twintigtal jaren, door Lorimer Fison in den Zuidzee-archipel genoteerd: hem werd verteld (in 1904) van een grooten held uit Tonga, Napoleoni geheeten, die bij Uatalu, dat ergens in die streken liggen moest, door Uelintoni gedood werd (P. Hambruch, Südseemarchen [1921], n° 34). Door zendelingen en handelaars naar Tonga gebracht, had het verhaal zich in die omgeving geacclimatiseerd, en uit Napoleon was na verloop van een eeuw een polynesisch hoofdman geworden. Een geruime tijd is ervoor noodig om een historisch feit met de sprookjesbekleeding der verbeelding tot één organisch geheel te verbinden. Wat voor belynen, guslarenliederen en 't grieksche epos geldt3), is ook, zij het dan ook op kleinere schaal, voor ónze sage van kracht. Met andere woorden: wij kunnen vrijwel met zekerheid zeggen, dat wij in de geschiedenis van Joppe, opgeschreven +150 jaren na het historische feit, een verhaal in zijn oorspronkelijken vorm vóór ons hebben, iets wat in de folklore slechts zeer zelden geschiedt. Wanneer men het sprookjesmotief der list uitschakelt, blijft als historische kern over: de inneming eener stad door Dhüti.

Was dit echter Joppe? Wij zullen zien, dat de naam der stad, 3Ipw geschreven, behalve in de stedenlijst van Thotmes IEL vóór onzen papyrus niet voorkomt in eenig historisch document. Was het een strategisch punt van belang geweest, dan zouden toch zeker de annalen der syrische veldtochten het niet stilzwijgend zijn voorbijgegaan. Maspero4) heeft reeds op het eigenaardige feit gewezen, dat onder de vele geographische namen van semie-

>) Voor Sesostris-Ramses zie K. Sethe, Unters. zur Geschichte und Altertumsk. Aeg. II: I: voor Petubastis de uitgave van W. Spiegelberg in de Demotische Studiën III. Ook de half-legendarische Menes speelt soms een rol gelijkend op dien van Artus in de Westersche legenden (H. R. Hall, Ancient History of the Near East [1924], blz. 105 e. v.; vgl. K. Sethe, l.c. III, blz. 121 e. v.).

2) A. van Gennep, Formation des légendes (1910), blz. 161.

3) Vgl. E. Drerup, Homer (1915), blz. 17 e. v.; P. Cauer, Grundfragen der Homerkritik3, 1:224 e. v.; F. Krauss, Slavische Volksforschungen (1908), blz. 177 e. v., 190; A. van Gennep, Formation, blz. 183 e. v.; H. M. Chadwick, Heroic Age (1912), blz. 193 e. v.

*) Maspero, Et. Archéol. Mythol. V, blz. 19 e. v.

Sluiten