Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IÓ3

worden. Reeds de Pyramidentexten noemen grh n tnswt.k hrw n mshnt.k „den nacht uwer geboorte en den dag uwer mshnt" (Pyr. 1185^), zooals latere texten spreken over den grh pfy n ssp Hrw mshnt n nlrw „dien nacht, waarin Horus de mshnt van de goden ontving"1). Een moralistische text uit het Nieuwe Rijk gebruikt het woord geheel in abstracto: n smn mshnt.tw r.s wp-hr smn nfw r fnd.f „de geboorte verzekert niets, behalve alleen den adem voor zijn neus", d. w. z. het leven2). Over het algemeen heeft mshnt, voor zoover het parallel aan tnswt „geboorte" gebruikt wordt, een bijna juridische beteekenis; het wordt zelfs gevoeld als symbool van de rechten, verkregen door de geboorteacte. De inscriptie in den noordelijken ingang tot den Müttempel te Karaak3) zegt zelfs van den vorst, dat ssr mshnt./ m t3 r-Bw.f ms-ntr.f m h3.t Mwt „zijn mshnt in het gansche land is, doch de acte zijner hooge geboorte zich in den tempel van Müt bevindt", m. a. w. zijn geboorterechten, vastgelegd in de acte in het tempelarchief, gelden voor zijn geheele domein. Op den geboortesteen is het ook, dat Thöt het levensjournaal bijhoudt4). Als logische consequentie van dezen gedachtengang volgt, dat de godin, die als abstractie van het uitgebreide begrip van mshnt onder denzelfden naam in het volksgeloof vereering genoot^ niet alleen als een bij de geboorte behulpzame genius werd beschouwd; maar zij kon haar invloed op den geheelen verderen levensloop van het kind, welks ontstaan zij begunstigde, doen gelden. Zij vormt de persoonlijkheid van alwie onder haar hoede staat5) en is verheugd over het geluk, dat dezen ten deel valt (L. D. 111:194:5); zoo is het vanzelf sprekend, dat het in Westcar 10 ook juist Meschent is, die driemaal de geboortevoorspelling uitspreekt. Hiermede is dus de figuur van Meschent geheel opgenomen onder de feeën, wier oorspronkelijk karakter van vroedvrouw zich ontwikkelde tot lotsvoorspellenden, persoonlijken beschermgenius.

Zeer belangrijk voor het verder verloop van dit onderzoek is een mededeeling in een der (voor de kennis van het ritueel meest interessante) graven van de 18°* dynastie0): „een offer wordt ge-

') Lieblein, Que mon nom fleurisse, pl. 6: 13; pl. 19 : 9; pl. 53: 5; vgl. E. A. Wallis Badge, Book of the Dead III, blz. 145:9; Doodenb. 19, 9 = Urk. V: 142. De mshn-goieri te Abydos staan onder de leiding van Isis f^ls.t wr.t hnw.t ntr.w mshny hnj.w 3bdw, Berlijn 2081: 1—2, N. R.). De saltische redactie van het Doodenboek 142 kent vier mshn.t te Abydos (Doodenb.-Lepsius, pl. 59).

2) Edid. H. Sottas, Etudes dédiées a Champollion, blz. 484.

3) Naar de copie van H. Brugsch in A. Z. 18 (1880), blz. 10, en naar eigen correctie. *) Rhind Bilingue 2:2; vgl. Maspero, P. S. B. A. 20 (1898), blz. 140, en F. L.

Griffith, Stories of the High-Priests of Memphis, blz. 48.

s) Vgl. m rn.t n mshnt lr.t n hrd pn hn-h.t n s.t tn „moogt gij, in uw naam van Meschent, de persoonlijkheid vormen voor dit kind, dat in het lichaam dezer vrouw is" (Mutter und Kind, 5 : 10); wd.t-frpr „de godin, die het bevel geeft voor het ontstaan en de geboorte," luidt de titel van Meschent in Dendereh (Mar. Dend. II. 43) en Edfü (K. Piehl, Inscr. Hiér. TL 123).

6) Davies-Gardiner, The Tomb of Amenemhat, pl. 19.

Sluiten