is toegevoegd aan je favorieten.

Nationale ontwapening in strijd met nationaal belang en internationalen plicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

wachttijd van drie maanden naar de wapenen grijpen; dat een oorlog uitbreekt tusschen twee niet-bondsleden (b.v. Amerika en Rusland); dat in een geschil tusschen een bondslid en eeri niet-bondslid (b.v. Frankrijk en Duitschland, Amerika en Japan) dit laatste door den Volkenbond in het gelijkwordt gesteld. Nu zijn deze gevallen wel minder waarschijnHjk dan de twee eerstgenoemde, maar wie zou durven beweren, dat zij uitgesloten zijn?

En onveranderd kan Nederland onder die omstandigheden neutraal zijn en een eigen weermacht zal de neutraliteit moeten beschermen.

Landsverdediging en een eigen weermacht zijn onnoodig, zoo beweert men, want, noch volgens het Handvest van den Volkenbond, noch volgens een eventueel bekrachtigd Protocol, bestaat er een formeele plicht tot het onderhouden van een eigen verdedigingsorgaan of tot het leveren van militairen bijstand aan den Bond. Slechts het leveren van een contingent voor een te scheppen internationale Volkenbondsweermacht is zedelijke plicht. Ja, in deze richting gaat men zelfs zóó ver (Mr. Marchant de heer van Embden, de heer Zadelhoff) te beweren, dat de loyale en daadwerkelijke medewerking, die b.v. het Protocol bij het nemen van militaire maatregelen tegen een rechtsverkrachtenden Staat eischt, voor Nederland van zelf vervalt, wanneer wij maar zorgen niets tot het verieenen van dje mede-^ werking te bezitten, dus tijdig ontwapend zijn! Waar niet is verliest zelfs de Volkenbond zijn recht.

Natuurlijk is ook deze stelling volstrekt onjuist.

Alle ernstige Volkenbonds-deskundigen zijn het er over eens, dat, zoo al niet de formeele, dan toch de zedelijke plicht tot het verieenen van daadwerkelijken militairen bijstand, dus tot het bij dé hand hebben van een militaire macht, zoowel onder het stelsel van den Volkenbond, als onder het Protocol bestaat, ■en dat een Staat, die wordt aangevallen, moet beginnen, zich zelf te verdedigen in afwachting van hulp van den Volkenbond

Scherp formuleert de Minister van Kaïnebeek dit standpunt waar hij zegt (Handelingen Tweede Kamer 1924/25, blz. 970):

„Men heeft hier te doen met een stelsel, en men kan dit „stelsel goedkeuren of afkeuren, maar naar mijne meening „onderstelt het, dat men zal hebben de middelen om voor „zichzelf op te komen, anders stort dit stelsel in elkaar."

Professor van Hamel, Directeur der Juridische Afdeeling van den Volkenbond, verklaarde onlangs op een vergadering van de „Vereeniging voor Volkenbond en Vrede" :

„De militaire medewerking is overgelaten aan het verantwoordelijkheidsgevoel van iederen Staat. Maar er „wordt wel gerekend op een feitelijke en loyale medewerking. Men mag geen beroep doen op de collectieve