is toegevoegd aan je favorieten.

Scheepsjournaal van admiraal Jacob van Wassenaer van Obdam, betreffende eene reis van Hellevoetsluis naar Lissabon en terug in 1657

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING EN BEKNOPTE TOELICHTING.

Bij het ordenen en inventariseeren van het archief van het huis Verwedde, eigendom van Mr. W. H. E. Baron van der Borch van Verwolde, mocht ik o.a. een viertal oorspronkelijke scheepsjournalen ontdekken, nl. het hierachter vermelde, een van Frederik Benjamin van der Capellen, een van Johan Willem van Rechteren en een van den vice-admlraal Sommelsdijck. Van alle vier is het eerste verreweg het belangrijkste en reeds bij de eerste vluchtige inzage kwam mij de inhoud interessant genoeg voor om gepubliceerd te worden. Het boek, van folioformaat, is gevat in perkamenten omslag en draagt goud op sneê. Het schrift is keurig, uiterst regelmatig en steeds van dezelfde hand. De laatste bladzijde bevat de onderteekening van den admiraal. Het journaal loopt over het tijdvak van 4 September 1657 tot 7 December d. a. v., zijnde respectievelijk de data van het uitvaren en het weer binnenkomen. Doel van de reis was Lissabon om aldaar de gezanten Nicolaas ten Hove en Gijsbrecht de Wit te brengen, die vergoeding zouden vragen voor de nadeelen in Brazilië, Angola en San Thomé aan de Nederlanders toegebracht. Na op 11 Augustus t.v. in den Haag afscheid genomen te hebben van de Staten, eerst in vergadering en daarna nog eens, na door de heeren „wel getracteert te wesen", is de admiraal nog in den avond van dien dag met zijn jacht en dat van de Staten van Rotterdam vertrokken naar Hellevoetsluis en aldaar den volgenden voormiddag aangekomen. Door den ongunstigen wind werd het vertrek zoo vertraagd, dat men eerst op 4 September zee kon kiezen, op welken datum de admiraal dan ook begonnen is het journaal aan te leggen. Juist drie weken later gingen de ■ 14 oorlogsschepen, die de gezanten begeleidden, voor Cascais — eene kustplaats in de nabijheid van Lissabon — ten anker. Van Wasseneer zelf voerde „de Eendracht", die 325 koppen en 76 stukken telde. Den kapiteins werd instructie gegeven „dat sy geen chaloepen nogh boots aen lant souden senden om geenderhande pretexten, hetsy van water haelen of waerom het soude mogen wesen." Nog in den middag van dienzelfden dag voeren de twee gezanten, na van den vlootvoogd afscheid genomen te hebben, met het jacht der Staten de rivier op naar Lissabon, alwaar zij terstond door de Koningin werden ontvangen. De aan Hare Majesteit kenbaar gemaakte eischen, waarop binnen 14 dagen antwoord moest gegeven worden, werden niet ingewilligd. Daarop trachtte een Fransche gezant aan het Portugeesche Hof, in opdracht van Lodewijk XIV, partijen door bemiddeling tot elkander te brengen. Portugal had hier wel ooren naar, maar onze gezanten niet. De oorlogsverklaring volgde en, nadat ten Hove en de Wit hiervan kennis hadden gegeven aan van Wassenaer, vertrokken zij per schip naar de Fransche oorlogshaven La Rochelle en verder over land naar den Haag, alwaar zij op 12 November aankwamen. Vice-admiraal de Ruyter, die met een eskader naar