is toegevoegd aan je favorieten.

Nederlandsche volksoverleveringen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

niet mede onder het volk zelf zijn kunde heeft verworven. De namen van dergelijke zoogenaamde volkskundigen zouden ook in ons land te vinden zijn, maar een critiek op hun werk past mij dezen morgen niet; laat ik met de critiek op de methode volstaan, f en zeggen, dat het desnoods beter is, zonder wetenschappelijke \ voorstudie en natoetsing de volkskunde te beoefenen dan alleen de boeken te lezen en daaruit het materiaal te verzamelen.

Tot dusver heb ik u over 't beoefenen der volkskunde in het algemeen gesproken; nu kan ik tot mijn onderwerp, slechts een klein deel van de groote wetenschap, zij het een eigenaardig deel: de Nederlandsche Sagen. Ik heb heden een gering fragment mijner studie gekozen, en dus ziet ge mij thans voor U als een Nederlandsen sagenschrijver; in deze rede zal ziel en gedachte van het Nederlandsche volk alleen dan op den voorgrond worden gebracht, wanneer ze gericht zijn op de overlevering. Dan nog onderzoek ik in deze rede de sage niet in haar oorsprong, en ook, om der I wille van mijn tijd, wil ik haar inhoud niet vergelijken met den inhoud \i der sagen van andere landen. Ik voel me verwant met Selma [ Lagerlöf uit Zweden, met Anderseh in Denemarken, met Joseph | Bédier in Frankrijk, met Charles de Coster in België, die volks| verhalen hebben geschreven met het uitsluitend doel ze te schrijven. \ Maar dit vooropstellende, geloof ik, dat ik heden iets voor u wezen kan.

Want dit zult ge ook wel begrijpen, dat een verzameling van sagen van een land niet zonder eenig begrip en eenige studie van een volk kan worden gegeven; met de volkspoëzie, den volkshumor, het volksgeloof en bijgeloof moet men vertrouwd zijn; en als men wil, dat het werk wordt gelezen, moet men ook woorden vinden, die het volkshart treffen. Misschien, dat er ook onder u zijn, die de schoonheid zoeken, naast de zooveel-strengere waarheid. Zij ook weten öf willen weten de waarde van het woord, dat bekoren kan en wonden; het streelend woord, het meedoogenloos woord; het sombere woord, het lachwekkende woord;.zij zullen begeerig zijn ook naar de beteekenis van het rhythme, de uitwerking van de bepaalde plaatsing van woorden; het effect van den korten, van den langen zin, van den cadans in den zin; en ook het geheim van den klank in de woorden,