is toegevoegd aan uw favorieten.

De melkvoorziening van Amsterdam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

gemeenschap subsidie verleent, zat zij zich ook op de wijze van besteding dezer gelden eenigen invloed moeten verschaffen, waardoor het particuliere lichaam reeds zijn particulier karakter voor een gedeelte verliest en afhankelijk wordt van ambtenaren, wethouders of gemeenteraad. Daarom lijkt ons voor die instellingen zelve een subsidie uit den booze. Misschien zal men bezwijken voor de verleiding om het geld der subsidie in ontvangst te nemen doch men zal later ervaren, dat men dit geld betaalt met een gedeelte van zijn vrijheid.

Maar in het speciale geval' der melkvoorziening van Amsterdam zijn wij in het bijzonder voor deze subsidie bevreesd. Naar onze meening heeft Amsterdam behoefte er aan dat de melkvoorziening gehaald wordt uit de atmosfeer van politiek waarin zij gedurende de laatste jaren gekomen is. Dit had thans bereikt kunnen worden doordat de Gemeenteraad destijds in de motie Drabbe heeft te kennen gegeven voorloopig het woord te willen laten aan het particulier initiatief. Door deze subsidies echter wordt de Amsterdamsche melk gehouden op politiek terrein. Ieder jaar opnieuw moet een gedeelte van deze subsidies door den Gemeenteraad worden goedgekeurd. Het gevolg is, dat er ieder jaar gelegenheid bestaat om in den Raad het geheele onderwerp aan de orde te stellen. Deze gelegenheid bestaat natuurlijk onder alle omstandigheden maar men weet dat juist een subsidie-aanvrage voor de tegenstanders van het stelsel waarmede die subsidie verband houdt, gaarne en gemakkelijk wordt aangegrepen om dit geheele stelsel weer aan de orde te brengen. Met dit feit zal dan ook geducht rekening moeten worden gehouden bij het beheer der instellingen waarvoor de subsidie bestemd is en wij zijn bevreesd, dat de leiders van deze instellingen zich meer gericht zullen moeten houden op de vraag hoe zij het gemakkelijkst een meerderheid in den Gemeenteraad tevreden kunnen houden dan op het probleem der melkhygiëne zelf. Zoo zal dus niet alleen eenmaal per jaar de politiek zich telkens opnieuw op de melk werpen doch zij zal een voortdurenden invloed uitoefenen op het beleid dergenen die feitelijk uitsluitend aan melk en vooral niet aan politiek moesten doen.

De subsidies zullen tot in de kleinste onderdeelen der instellingen die er van zullen profiteeren doorwerken en zullen tot uiting komen bij het doen van benoemingen, het nemen van besluiten, het vaststellen van arbeidsvoorwaarden enz.

Uit het vorenstaande blijkt, dat wij deze zaak niet bezien vanuit de vraag of Amsterdam per jaar enkele duizenden guldens aan melksubsidies kan missen, doch dat wij voorop stellen de vraag of de uitwerking van die subsidies goed is. Met te meer vrijheid ontkennen wij dit laatste, waar naar onze meening degenen die aangewezen zijn om voor goede melk te zorgen deze subsidies kunnen missen. Wij willen daarmede niet zeggen, dat de bedrijven van boeren, melkslijters en melkinrichtingen zoo buitengewoon florissant zijn, doch alleen dat, geheel afgezien van de bedrijfsresultaten, de boeren en melkverkoopers zelf de kosten die thans uit subsidie bestreden zulen worden, voor hun rekening hadden kunnen nemen. Dit is overigens reeds bewezen door het enkele feit, dat overeenkomstige instellingen zich op diverse plaatsen in ons land zonder eenige subsidie gevormd hebben uit vrijen wil van het particulier bedrijf en zich ook behoorlijk weten te handhaven.

Dit wat ons algemeen standpunt betreft ten opzichte van de voorgestelde subsidies. Over elk in het bijzonder mogen wij hieronder nog enkele opmerkingen maken. De voorgestelde bedragen zijn:

a. f 150.000 voor bestrijding der tuberculose van het rundvee, te verdeelen over 4 jaar;

b. ƒ 15.000 voor den dienst van het contrölestation der boeren voor het tweede halfjaar 1927;

c. ƒ5000 voor het controlebureau der melkverkoopers voor het tweede halfjaar 1927;

d. ƒ700 voor lezingen over hygiënische melkwinning.

a. Ten aanzien van de tuberculose-subsidie zou naar onze meening alleen over de gewenschtheid daarvan discussie mogelijk zijn, indien vaststond dat er een redelijke kans was dat tengevolge van deze subsidie de gemeente Amsterdam, binnen afzienbaren tijd, uitsluitend melk zou ontvangen van tuberculose-vrije veestapels. Wij komen op deze kwestie nog nader terug, doch zullen geen bestrijding vinden indien wij verklaren, dat het tegendeel het geval is. Iedereen weet met zekerheid, dat nog tot in lengte van jaren melk van tuberculeus vee in Amsterdam verkocht zal worden. Het is bekend, dat de kwestie der tuberculose-bestrijding uiterst moeilijk is en wel in het bijzonder in een streek waar tuberculose onder het rundvee zeer veel voorkomt. Men kan niet volstaan met uit te rekenen hoeveel aan open tuberculose lijdende koeien er op een zeker moment zijn, omdat onder de op dit moment nog niet open tuberculeuse koeien er zich vele bevinden die dit in de toekomst wel zullen worden. Gesteld dus eens, dat alle veehouders die aan de melkvoorziening van Amsterdam op dit moment deelnemen zich bij die tuberculose-bestrijding aansloten, dan is op het oogenblik op geen stukken na te berekenen hoeveel het zou kosten om die veehouders duurzaam te voorzien van tuberculose-vrije veestapels. Waar deze berekening met geen mogelijkheid te maken is, is ook niet te bevroeden wat men met ƒ 150.000 kan uitrichten en kan men slechts het vermoederf uitspreken, dat dit bedrag veel te klein is. De veronderstelling echter dat alle boeren mee zouden doen is veel te optimistisch, omdat nu reeds vaststaat, dat een groot aantal boeren niet mee zullen doen en ook niet mee kunnen doen. De t.b.cbestrijding zal dus slechts een gedeelte van de boeren bestrijken die aan Amsterdam melk leveren en waar het melkverbruik in iedere stad die zich uitbreidt steeds grooter wordt, zullen er telkens opnieuw boeren bijkomen wier melk naar Amsterdam gaat, waardoor de onzekerheid steeds toeneemt.

Met deze onzekerheid is naar ons oordeel ook de subsidie veroordeeld. Want het staat vast, dat de boeren die wèl aan dit systeem deelnemen, ook een vergoeding zullen trachten te krijgen voor hun kosten en moeiten. Zij zullen een beter soort melk tegen hoogeren prijs aan den man trachten te brengen en nu zijn er twee mogelijkheden: öf het gelukt en dan maakt de Gemeente met haar subsidie deze betere en duurdere melk een heel klein onderdeel van een cent goedkooper, terwijl de gewone normale melk hiervan niet profiteert, öf de toeleg van de boeren om hun verbeterd bedrijf rendabel te maken mislukt en dan is het geheele stelsel gedoemd om evenzeer te mislukken.

Ten slotte moet men niet vergeten, dat de boeren die aan deze t.b.c.-bestrijding deelnemen, daarvan ook de kosten en risico's moeten dragen. De subsidie komt wellicht neer op 1/10 cent per liter melk gedurende de vier eerste jaren, waartegenover de bedoeling staat om voor deze melk een hoogeren prijs te maken.

6. De tweede subsidie bedraagt ƒ 15.000 voor het eerste halfjaar voor den dienst van het controlestation der boeren. Als men dit omrekent over de geheele hoeveelheid melk die men onder dit controlestation wil brengen, dan komt deze subsidie ongeveer neer op 5/100 cent per liter melk. De contributie welke de boeren betalen bedraagt omstreeks 1/100 cent per liter en zou dus, zonder subsidie moeten zijn 6/100 cent. Tegenover de bedoeling om voor deze melk een hoogeren prijs te erlangen komt het ons voor, dat in ver-