is toegevoegd aan je favorieten.

De melkvoorziening van Amsterdam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

band met de bezwaren welke aan deze subsidie verbonden zijn, het beter ware om de volle kosteh op het bedrijf te laten drukken.

Alles bij elkaar genomen zouden de t.b.c.-bestrijding en het controlestation de boeren dus een bedrag kosten in de orde van grootheid van 2/10 cent per liter melk. Wij achten dit bedrag voor melk waarvoor men een hoogeren prijs wenscht te bedingen niet bezwaarlijk.

c. De subsidie voor het controlebureau voor de melkverkoopers wordt voorgesteld op ƒ 5000 voor het tweede halfjaar 1927. Per liter komt dit ongeveer neer op 1/100 cent en het wil ons voorkomen, dat met een dergelijk kinderachtig bedrag toch werkelijk dit controlebureau zijn vrijheid te goedkoop heeft van de hand gedaan.

d. De subsidie van ƒ 700 voor het houden van lezingen over hygiënische melkwinning is van geringe beteekenis en bovendien komen wij hier werkelijk op een terrein waar een subsidie o.i. niet misplaatst is.

Over de voorgestelde t.b.c.-bestrijding, het controlestation voor de boeren en het controlebureau voor de melkverkoopers zullen wij in het hier volgende nog het een en ander mededeelen. Voor het oogenblik volstaan wij met te constateeren, dat het plan om deze instellingen te subsidieeren met bedragen uit de Gemeentekas o.i. afbreuk doet aan het particulier karakter dezer instellingen, ze op ongewenschte wijze in hun vrijheid beperkt en de Amsterdamsche melkvoorziening houdt binnen het terrein der politiek, dat zij juist naar ons oordeel had moeten verlaten.

3. Moreele steun door afvaardiging van vertegenwoordigers bij particuliere instellingen.

Behalve door een krachtige uitvoering van het Melkbesluit en door verleening van geldelijken steun aan tot dit doel gestichte particuliere instellingen, wil de Amsterdamsche overheid nog aan de verbetering van de melkvoorziening medewerken door vertegenwoordigers aan te wijzen in de colleges welke deze instellingen besturen. Naast deze directe vertegenwoordigers van het gemeentebestuur zullen in die colleges nog zitting nemen een aantal neutrale personen, die wij tegelijkertijd zullen noemen.

Bij de Vereeniging tot bevordering van een hygiënische melkwinning zal het Bestuur bestaan uit 9 personen, waarvan er 8 door de algemeene vergadering gekozen worden uit de gewone, ondersteunende en buitengewone leden, terwijl één Bestuurslid door Burgemeester en Wethouders van Amsterdam wordt aangewezen.

Het Bestuur van het melkcontrölestation der boeren bestaat uit Voorzitter, Onder-Voorzitter en SecretarisPenningmeester der eerstgenoemde vereeniging en twee leden, aan te wijzen door de algemeene ledenvergadering.

Er is verder een Commissie van Toezicht op het contrölestation, bestaande uit den Directeur van den Amsterdamschen Keuringsdienst, den Inspecteur van den Veeartsenijkundigen Dienst voor Noord-Holland, den Rijkszuivelconsulent voor Noord-Holland, den Rijks veeteeltconsulent voor Noord-Holland, den Geneeskundigen Inspecteur van de Volksgezondheid voor Noord-Holland, den Pharmaceutischen Inspecteur van de Volksgezondheid voor het Keuringsgebied Amsterdam en den Directeur van den Gemeentelijken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst te Amsterdam.

Het Bestuur van het Melkcontrolebureau der melkverkoopers bestaat uit drie vertegenwoordigers van melkinrichtingen, drie van melkslïjters en drie vertegenwoordigers der gemeente Amsterdam, aangewezen door Burgemeester en Wethouders.

Ook op dit Melkcontrolebureau wordt door een commissie toezicht uitgeoefend, welke commissie be¬

staat uit den Rijkszuivelconsulent voor Noord-Holland, den Pharmaceutischen Inspecteur van de Volksgezondheid voor het Keuringsgebied Amsterdam, den Directeur van den Keuringsdienst en den Directeur van den Gemeentelijken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst te Amsterdam.

Bij het samenstellen van het bovenstaande overzicht is het er ons om te doen, na te gaan hoede verhouding is bij het beheer der diverse instellingen tusschen wèl en niet practisch bij de melkvoorziening betrokkenen. Nauwkeurig kan deze verhouding niet worden vastgesteld, omdat in het Bestuur van de Vereeniging tot bevordering van een hygiënische melkwinning wel 8 leden door de algemeene vergadering worden gekozen, doch niet uitsluitend uit de gewone leden. Die bestuursleden kunnen ook gekozen worden uit de buitengewone leden of uit de ondersteunende leden. Nemen wij echter aan, dat al deze 8 leden gekozen worden uit de gewone leden, dus uit de melkveehouders, dan zullen aan het beheer van deze diverse particuliere instellingen ter verbetering van de melkvoorziening deelnemen 16 vertegenwoordigers van de practisch daarbij betrokken bedrijven en 15 buitenstaande personen. Ieder bestuurslid van de vereeniging voor hygiënische melkwinning, dat buiten de direct betrokkenen gekozen wordt — in totaal kunnen het er hoogstens 8 zijn — brengt de buitenstaanders In de meerderheid en de direct betrokkenen in de minderheid.

Het is wellicht niet overbodig er hier op te wijzen, dat wij niet denken aan een meerderheid en een minderheid, die bij stemmingen tot uiting komt. Dit kan reeds niet, omdat wij de besturen en commissies van toezicht bijeengeteld hebben. En ook: al hadden de buiten de bedrijven staanden de meerderheid bij stemmingen, dan zouden wij het nog niet zoo erg vinden. Waar het voor ons op aankomt is de geest, die in het werk zetelt. Die geest moet naar ons oordeel zoo zijn, dat de direct bij de bedrijven betrokkenen goed gevoelen, dat het hun eigen zaak is waarvoor zij werken, dat zij zelf de leiding hebben en dat zij ook zelf de verantwoordelijkheid dragen tegenover de groepen die zij vertegenwoordigen en tegenover de gemeenschap.

Uit dien hoofde zijn wij eenigszins bevreesd voor den opzet, dien men thans in Amsterdam gekozen heeft. Het komt ons voor, dat men beter had gedaan door een grooter deel van de beheerende colleges te doen bestaan uit de direct betrokkenen en een kleiner deel uit buitenstaanders, onverschillig of dit vertegenwoordigers zijn van de gemeente Amsterdam of niet.

Men versta ons goed: wij hechten groote waarde aan de adviezen en hulp, die veeteelt- en zuivelconsulenten, inspecteurs van volksgezondheid, directeuren van keuringsdiensten, enz. ten behoeve van dit werk kunnen geven. Er bestaat geen twijfel aan, of de medewerking van verschillende autoriteiten en deskundigen zal aan de resultaten ten goede komen. Maar het komt ons voor, dat in laatste instantie het beheer en de beslissingen gelegd moeten worden in handen van de belanghebbenden. Dezen moeten hun eigen beweging leiden en moeten ten volle het besef hebben van zélf te werken, zélf aansprakelijk te zijn.

En waar nu de samenwerking met autoriteiten en deskundigen zeer goed te verkrijgen is, zonder dat dezen in besturen en commissies van toezicht in zoo grooten getale zitting hebben, hadden wij er verre de voorkeur aan gegeven, indien veel sterker het zuiver particulier karakter van deze instellingen in de wijze van beheer ware tot uiting gekomen. Het voor de gemeenschap en in verband met de voorgestelde subsidies gewenschte toezicht kon toch zeer gemakkelijk verkregen worden door een zeer kleine commissie van toezicht. Want de belanghebbenden, eerder dan geheimzinnig te doen en