is toegevoegd aan je favorieten.

Het wazige land

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de schouder blikte ze nog eens om in de spiegel.

Haar gezicht leek schraler zóo, haar neus spitser. Ze streek zich met een moe, berustend gebaar over het glad naar achter gekamde haar. „Nou ja, 't was eenmaal niet anders."

Haastig begon ze het valies te pakken, onder-in een stapeltje linnengoed en een deel van Havelock Ellis: „De psychologie der sexen," boven-op een doos sigaretten en een brochure over paedagogie.

Met een behendige ruk sloot ze de tasch, en ruimde inderhaast nog wat op. Haar klein mager figuurtje ging geluidloos en vlug door het vertrek. Voor het raam bleef ze stil.

Het was of de zon en de ochtendkoelte haar grepen en vasthielden. Ze boog zich over de vensterbank en keek uit.

In een donkere kring van hooge breede iepen lag als amper wakker de oude tuin. Een kleine vogel zat zich aandachtig op een broze tak van de meidoorn in de veeren te pikken, en een koolwitje zeilde wat onzeker over een rijtje rose tulpen. Als pompadoere ronde platjes lagen de bloembedden op de grauwe aarde, en over de vochtige kiezels van de paden viel heerschzuchtig de schaduw, maar hier en daar lei het zonlicht toch ook een juweelen ster op een open bloem.

Jud vergat een oogenblik dat ze haast maken moest. Ze tuurde naar de witte duiven op het plat en naar het fijne groene blad van de wingerd langs de oude

6