is toegevoegd aan je favorieten.

Hermann Cohen en de Marburgsche School

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

voltooid, want als hij in 1915 zijn boek „Der Begriff der Religion im System der Philosophie" in 't licht zendt, ziet hij zich gedrongen om naast „Logik", „Ethik" en „Aesthetik" van een „vierde" terrein der systematiek te gewagen, dat hij aanduidt als het terrein der „Psychologie", maar feitelijk niet recht met „het systeem" weet te verbinden. Ook voelt cohen in later jaren zichzelf niet bevredigd met de plaats die hij in zijn systeem aan „de religie" gegeven heeft (onder de ethiek) en vindiceert voor haar boven zijn systeem uit een „vierde" terrein. Gevoeld heeft Cohen deze dubbele moeilijkheid steeds, althans in later jaren. Opgelost heeft hij ze nimmer. Plaatsen waar Cohen zinspeelt op zijn aarzeling in dezen vindt men in zijn werken verscheidene. Zoo leest men in de voorrede van de „Aesthetik" (1912): „Wie für die Wissenschaften die Philosophie sich in Logik und Ethik entfaltet, so vollzieht sie sich für die Kunst als Aesthetik. Und wie in den Wissenschaften und den Kunsten nebst ihren Anwendungen die allgemeine Kultur besteht, so besteht, v o n unserer Psychologie abgesehen, in Logik, Ethik und Aesthetik die wahrhafte Kulturphilosophie; zum mindesten steht sie auf diesen drei Füssen".

Cohen's geschriften over religie zijn vele geweest. In 't bijzonder moet genoemd het na zijn dood in 1919 verschenen werk: „Die Religion der Vernunft aus den Quellen des Judentums" (629 pag ). Cohen was met hart en ziel Israëliet. Zijn vader onderwees hem reeds in de kinderjaren, reeds op drie en een half-jarigen leeftijd, in 't Hebreeuwsch en bezocht hem later, toen hij op 't gymnasium te Dessau was, regelmatig des Zondags, om van vroeg tot laat met hem in * den Talmud te lezen, bericht Paul Natorp l) en bevestigt Martha Cohen*). Meer dan tien jaren mijner jeugd waren ten deele aan deze studie gewijd, schrijft Cohen in 1888*). En velen zijner geschriften geven blijk, dat hij levenslang

•) Hermann Cohen als Mensen, Lehrer und Forscher, 1918, p. 31. *) Voorrede van „Die Religion der Vernunft", 1919. ') Die Nachstenliebe im Talmud, p. 3.

»95