Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158

in de compagnie van kapitein Hamwout, die den militairen dienst verliet, naar Delft kwam, daarin 1599 met de weduwe van Jacob Pietersz. — denkelijk bloedverwant van Herman Pietersz. voornoemd — in den echt trad, zich op de plateelbakkerij ging toeleggen en als plateelbakker in het St. Lucasgilde werd ingeschreven.

Voorts een groote schotel van het jaar 1634, in de collectie van den heer Sloes te Brussel, voorstellende een cavaleriegevecht, met eene sierlijke maar zeer overladene randversiering. Verder een vierkant tableau van 1640, waarop de voorstelling eener boerenkermis, in enkel blauwe tint, aanwezig in de verzameling Evenepoel te Brussel, enz.

De meeste dezer produkten zijn tamelijk fijn van schildering, goed van kleur, geestig van opvatting en van wezenlijke kunstuiting, maar overladen, soms met honderden kleine figuren, chaotisch dooreengewerkt, hetgeen niet te verwonderen valt, wijl de plateelschilders in dit opzicht de schilderschool dier dagen getrouw volgden en kunstenaars als Cornelis van Haarlem, Adriaan van de Venne en dergelijken, die hunne doeken en paneelen met honderden en duizenden menschenfiguren stoffeerden, tot voorbeeld namen.

Evenwel treft men ook andere kunstprodukten aan, bijv. geïnspireerd op den beroemden schilder Goltsius, rustiger van toon en meer bescheiden wat het figurental betreft o. a.: De triomf van Amphitrite, in de collectie van wijlen jhr. Victor de Stuers aanwezig.

Bij de aardewerkfabricage, evenals bij de porseleinindustrie, komen vooral twee verschillende soorten van kunstenaars in aanmerking, lo de fabrikant, die de grondstof bereidt en daaruit de voorwerpen samenstelt, en 2o de schilder, die ze versiert.

Het is omstreeks het midden der 17e eeuw dat er in de Delftsche plateelbakkerijen personen op den voorgrond traden, die én in het één, én in het ander groote bedrevenheid bezaten, waardoor de industrie allengs eene hooge vlucht nam en niet alleen binnen de muren van het oude Delft, maar door het" geheele land en ver over de grenzen bekend en heroemd werd. Sedert dien tijd werden ook de beroemde fabrieken opgericht en werden ook de voorname voortbrengselen alle met speciale merken en monogrammen dier fabrieken of van hunne eigenaars geteekend. Van toen af begon de groote ongekende bloeiperiode, die ruim eene eeuw zou voortduren.

Sluiten