Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

159

Twee zaken moeten wij daarbij niet uit het oog verliezen en op den voorgrond plaatsen. De fabrikant, die wel de goede aardsoorten bezat of wist te krijgen, waaruit deugdelijk, zelfs fijn aardewerk kon gemaakt worden, maar die de grondstoffen miste om porselein te vervaardigen, heeft zich aan dit laatste nimmer gewaagd en is steeds bij de aardewerkfabricage blijven volharden. De schilder daarentegen bootste de Chineesche en Tapansche motieven, zooals zij voorkwamen op de scheepsladingen Oostersch porselein, die voortdurend door de Oost-Indische Compagnie naar Holland werden aangevoerd, vlijtig en zuiver na; later ook het schilder- en decoratiewerk van Saksisch en ander Europeesch porselein, en toch zelden zonder toevoeging van echt Hollandsche landschapjes, figuren en motieven, die voor den niet-kenner bij de beschouwing van een fijn en volkomen gaaf stuk Delftsch dikwijls het eenige kenmerk zijn als hij aan de achterzijde de merken niet ziet of in deze hiëroglyphen niet volkomen te huis is, dat hij Delftsch aardewerk en geen echt Chineesch porselein voor oogen heeft.

Deze bloeiperiode van de Delftsche ceramiek is de tijd van de mooie tegeltjes en de wonderfraaie tegeltableaux, van de prachtige schotels en borden, van de fijne kopjes en schoteltjes, alles bij honderden dozijnen vervaardigd, van de sierlijke vazen en kaststellen, om wier bezit de liefhebbers op aucties zich elkander thans als het ware de haren uit het hoofd trekken, van de Delftsche kannen, kommen, theepotten, zoutvaatjes en honderden andere voorwerpen meer, meest voor dagelijksch gebruik bestemd, hetzij in gewonen natuurlijken vorm, of wel menschen- of dierenfiguren vertoonend, van het prachtige polychroom op zwarten of gouden grond, van de bonte paardjes en koetjes, en van zooveel meer, te veel om op te noemen. En dat alles in die fijne glanzige witte, dikwijls ietwat roomkleurige pate, met die bevallige losse levendige figuurschilderingen, met dien warmen levenden toon, dat onberispelijke glazuur, enz., dat nu eenmaal niet meer is na te maken en na te volgen. En waarom niet? De oude kunstenaars waren aesthetisch aangelegd, zij voelden wat zij arbeidden, zij legden in hun werk geheel hunne kunstgevoelvolle ziel. Vandaar dat dit werk als het ware leeft, iets tot ons te zeggen heeft en ieder met aesthetisch gevoel begaafd mensch onmiddellijk aantrekt en bekoort.

De tegenwoordige vakman werkt goed, kunstvaardig, uitste-

Sluiten