Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

163

treffelijk zijn en de weelde der groote en beroemde verzamelingen uitmaken. Hij schilderde bijna uitsluitend in blauw, doch wist in zijne voorstellingen een diepte en schaduw te leggen en bovendien eene fijnheid in de details, die hem stempelen tot een groot kunstenaar.

Nevens hem treedt een tweede schilder op den voorgrond, namelijk Albrecht de Keizer, die zich, wat de schildering en versiering betreft, vooral toelegde op het zuiver nabootsen van Chineesch en Japansch porselein, hetgeen hij met zulk eene uiterste nauwkeurigheid en fijnheid deed, dat er in waarheid geen onderscheid te zien is. Ook met het aardewerk zelf is dit het geval, het is even dun en fijn als het echte porselein.

Zijn zoon Cornelis volgde hem op en associeerde zich met de broeders Adriaan en Jacobus Pynacker, waarvan de eerste gehuwd was met zijne zuster. Dit drietal zette in „de Porceleyne Fles" het werk van Albrecht de Keizer op waardige wijze voort, en het Delftsch, door hen vervaardigd, is almede het schoonste en beste, dat ooit is gemaakt en heeft dan ook tegenwoordig hooge waarde.

Wij kunnen hier onmogelijk alle groote schilders en kunstenaars ter sprake brengen, die onze Delftsche aardewerkindustrie eene wereldsche vermaardheid hebben gegeven, het zoude ons opstel veel te uitgebreid doen worden. Wij verwijzen daarom naar het reeds meergenoemde groote standaardwerk van Havard, dat voor hen, die Delftsch willen verzamelen of daarin bijzonder belangstellen, een onmisbare gids is, zoomede naar de bekende groote openbare en particuliere verzamelingen, waar men het schoonste wat deze belangrijke vaderlandsche industrie heeft te voorschijn gebracht kan bewonderen en bestudeeren.

Evenals bij alles in de wereld, zoowel bij staten en volken, dynastiën, voorname en andere geslachten, wetenschap en kunst, in het algemeen, enz., vooral bij de laatste, een tijd van opkomst, van bloei en van verval is waar te nemen, zoo is dit ook het geval met de oude porselein- en aardewerkindustriën, en de Delftsche is aan die vaste wet niet ontkomen.

Na den tijd van grooten bloei kwam die van verval en ondergang. Wat daarvan de oorzaak was? Men heeft verschillende redenen opgesomd. De groote kunstenaars van vroeger waren er niet meer, en anderen — enkelen uitzonderingen daargelaten — doemden niet meer op. De concurrentie van beter-

Sluiten