Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WANDELAAR

Mijn eenzaam leven wandelt in de straten, Langs een landschap of tusschen kamerwanden. Er stroomt geen bloed meer door mijn doode handen, Stü heeft mijn hart de daden sterven laten.

Kloosterling uit den tijd der Carolingen, Zit ik met ernstig Vlaamsen gelaat voor 'traam; Zie menschen op een zonnig grasveld gaan, En hoor matrozen langs de kaden zingen.

4

Sluiten