Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19

gendeel, die aan te blazen tot een lichtende vlam, die ons hart en ziel verwarmt en verlicht.

Deze ontwikkeling van den zachten gloor tot een fel brandend vuur is het groote ideaal der vrijmetselarij.

Deze leert den adept zich meer en meer bewust te worden, dat er in hem leeft een deel van den Goddelijken geest, het leidende, besturende, vereenigende, alles doordringende en beheerschende geestelijke levensbeginsel, dat ook regelend en ordenend optreedt.

Daaruit worden begrippen en ideeën geboren, meer of minder zuivere weerspiegelingen van de geestelijke werkelijkheid, voor volmaking vatbaar. Uit dien Goddelijken geest komen van ouds twee machten te voorschijn: Rede en Gevoel. De strijd tusschen die beide kan fel zijn. Geen van beide behoort eeuwig overwinnaar te zijn. Uit dien strijd wordt vaak Eenheid en Harmonie geboren. Dan ontwikkelt zich in den mensch de kracht, die twijfel oplost, vaagheid doet opklaren, orde schept uit verwarring, harmonie brengt, waar chaos was. Dit is de hoogste levensbezinning, in de overtuiging, dat in alle schepselen een sprank van dien goddelijken geest aanwezig is ons een te gevoelen met al het geschapene. Wanneer wij ons van dat denkbeeld doordringen dan zien wij de Ünio Mystica, de goddelijke kracht in den herboren mensch levende en werkende.

Hebben wij dat bereikt, dan geven wij ons aan het geheel, gelijk ieder onzer stoffelijke organen bijdraagt tot het welzijn van het geheele lichaam. Dan zullen stoffelijk wel en wee ons dienen om het hoogere te bereiken en ons niet meer als hunne slaven voortdrijven. Dan verheft zich het oog boven het alle daags che, naar het eeuwige.

Uit de veelheid wordt dan de eenheid geboren, de verdwijning van het ik in den zin van zelfopoffering, zelfovergave en zelfvergeten is het eindpunt.

Dat ideaal te bereiken is de hoogste levenskunst, waarnaar de vrijmetselarij streeft.

De Orde, zelfstandig deel van de broederschap der vrijmetselaren verspreid over het oppervlak der aarde, stelt zich ten doel een gemeenschappelijk middelpunt te zijn voor de beoefening van die levenskunst en streeft naar de veelzijdige en harmonische ontwikkeling van den mensch en de menschheid.

Wanneer de vrijmetselarij de zooeven beschreven taak als de hare opvat, spreekt het vanzelf, dat daartoe een

Sluiten