Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

verdeelt en brengt tot hoogere eenheid door het bewustzijn levend te maken van de allen verbindende broederschap.

Welnu, is dit niet een verheven doel, waard dat men alle krachten in spant om dat te bereiken?

Maar ook anderen schrijven deze leuzen in hun vaandel; er is geen strooming, die niet op de eene of andere wijze datzelfde wil en bevordert. Wat is nu het groote verschil tusschen al de andere stroomingen en de vrijmetselarij?

Art. 2 geeft u daarop het antwoord waar het zegt:

„Zij neemt als grondslag aan de erkenning van:

de hooge waarde der menschelijke persoonlijkheid;

ieders recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid;

's menschen zedelijke verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten;

de gelijkheid in wezen van alle menschen;

de algemeene broederschap der menschen;

ieders plicht om met toewijding te arbeiden aan het welzijn der gemeenschap."

Mijne Heeren; gij ziet nu, dat er zeer vele personen en groepen zijn, die deze grondbeginselen niet kunnen onderschrijven.

De katholieke kerk ziet met afschuw en ergenis den eisch aan, als zou een ieder het recht hebben om zelfstandig naar waarheid te zoeken.

Welk een denkbeeld voor een waar katholiek!

Voor vele andere genootschappen is de gedachte als zou de mensch zedelijk verantwoordelijk zijn voor zijn doen en laten een afschuwelijke ketterij, waar zij den vrijen wil geheel ontkennen.

Voor weder anderen is de gedachten aan de gelijkheid in wezen van alle menschen een dwaasheid, waar zij „Herrenvölker" en „Heerdenvölker" onderscheiden.

Gij begrijpt nu waarom de vrijmetselarij zooveel tegenkanting ondervindt en waarom velen er op uit zijn die geestelijke strooming tegen te gaan.

Nu ik u de grondbeginselen der Orde heb verklaard en u gewezen heb op hetgeen zij van den adept verlangt en waartoe hij zich verplichten moet, laat ik u eenige oogenblikken aan uwe gedachten over, na afloop waarvan ik u vragen zal of ge volhardt in uw verlangen om u bij de Orde aan te sluiten.

Muziek, viool en piano. Romance f dur L. v. Beethoven.

Sluiten