Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst 1887.

TWEEDE AFDEELING. Van het inkomen der Kroon.

24. Behalve het inkomen uit de domeinen door de wet van 26 Augustus 1822 afgestaan en in 1848 door wijlen Koning WILLEM II tot kroondomein aan den Staat teruggegeven, geniet de Koning een jaarlijksch inkomen uit 's Lands kas, waarvan het bedrag bij elke troonsbeWimming door de wet wordt vastgesteld.

25. Den Koning worden tot Deszelfs gebruik, zomeren winterverblijven in gereedheid gebragt, voor welker onderhoud echter niet meer dan ƒ 50000 jaarlijks ten laste van den Lande kunnen wórden gebragt.

26. De Koning en de Prins van Oranje zijn vrij van alle personele lasten.

Geen vrijdom van eenige andere belasting wordt door Hen genoten.

27. De Koning rigt Zijn Huis naar eigen goedvinden in.

28. Het jaarlijksch inkomen eener Koningin-weduwe, gedurende haren weduwelijken staat, uit 's Lands kas is ƒ 150000.

29. De oudste van des Konings zonen, of verdere mannelijke nakomelingen, die de vermoedelijke erfgenaam is van de Kroon, is des Konings eerste onderdaan en voert den titel van Prins van Oranje.

7

Veranderingen 1917.

Veranderingen en tekst 1922. TWEEDE AFDEELING. Van het inkomen der Kroon.

22. Behalve het inkomen uit de domeinen, door de wet van 26 Augustus 1822 afgestaan en in 1848 door wijlen Koning Willem H tot Kroondomein aan den Staat teruggegeven, geniet de Koning een jaarlijksch inkomen ten laste van 's Rijks kas van ƒ 1200000.

Binnen twee jaren na eene troonsbeklimming kan dit bedrag voor den duur van de regeering van den Koning, die den troon heeft beklommen, bij de wet worden gewijzigd.

23. Den Koning worden tot Deszelfs gebruik, zomeren winterverblijven in gereedheid gebracht, voor welker onderhoud echter niet meer dan ƒ 100000 jaarlijks ten laste van den Lande kunnen worden gebracht.

24. De Koning, de Prins van Oranje, de dochter des Konings, die de vermoedelijke erfgenaam is van de Kroon, zoomede de Koningin-Weduwe, gedurende haren weduwlijken staat, zijn vrij van alle personeele lasten.

Geen vrijdom van eenige andere belasting wordt door Hen genoten.

25. De Koning richt Zijn Huis naar eigen goedvinden in.

26. Het jaarlijksch inkomen eener Koningin-Weduwe, gedurende haar weduwlijken staat, uit 's Lands kas is ƒ 300000. 45 i Nb

27. De oudste van des Konings zonen, of verdere mannelijke nakomelingen, die de vermoedelijke erfgenaam is van de Kroon, is des Konings eerste onderdaan en voert den titel van Prins van Oranje.

Sluiten