Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst 1887.

in handen van den Voorzitter, den volgenden eed of belofte af:

„Ik zweer (beloof) trouw „aan den Koning; ik zweer „(beloof) al de pligten, „welke de voogdij mij op„legt, heilig te vervullen, „en er mij bijzonder op te „zullen toeleggen, óm den „Koning gehechtheid aan „de Grondwet en liefde „voor Zijn volk in te boe„zemen.

„Zoo waarlijk helpe mij „Godalmagtig!" („Dat be„loof ik!")

85. Ingeval de Koning buiten staat geraakt de regering waar te nemen, wordt in het noodige toezigt over Zijn persoon voorzien naar de voorschriften, omtrent de voogdij van een minderjarigen Koning in art. 32 bepaald.

De wet bepaalt den eed of de belofte door de hiertoe benoemde voogd of voogden af te leggen.

VIERDE AFDEELING. Van het Regentschap.

86. Gedurende de minderjarigheid van den Koning wordt het Koninklijk gezag waargenomen door eenen Regent.

37. De Regent wordt benoemd bij eene wet, die tevens de opvolging in het Regentschap, tot 's Konings meerderjarigheid toe, kan regelen. Over het ontwerp dier wet beraadslagen en besluiten de Staten-Generaal in vereenigde vergadering.

De wet wordt nog bij het leven van den Koning, voor het geval der minderjarigheid Zijns opvolgers, gemaakt.

38. Het koninklijk gezag wordt mede aan eenen Regent opgedragen, ingeval de

9

Veranderingen 1917.

Veranderingen en tekst 1922.

in handen van den Voorzitter, den volgenden eed of belofte af:

„Ik zweer (beloof) trouw „aan den Koning; ik zweer „(beloof) al de plichten, „welke de voogdij mij oplegt, heilig te vervullen, „en er mij bijzonder op te „zullen toeleggen, om den „Koning gehechtheid aan „de Grondwet en liefde „voor Zijn volk in te boezemen.

„Zoo waarlijk helpe mij „God almachtig!" („Dat beloof ik!")

33. Ingeval de Koning buiten staat geraakt de regeering waar te nemen, wordt in het noodige toezicht over Zijn persoon voorzien naar de voorschriften, omtrent de voogdij van een minderjarigen Koning in artikel 30 bepaald.

De wet bepaalt den eed of de belofte door de hiertoe benoemde voogd of voogden af te leggen.

VIERDE AFDEELING. Van het regentschap.

34. Gedurende de minderjarigheid van den Koning wordt het koninklijk gezag waargenomen door een Regent.

35. De Regent wordt benoemd bij eene wet, die tevens de opvolging in het regentschap, tot 's Konings meerderjarigheid toe, kan regelen. Over het ontwerp dier wet beraadslagen en besluiten de Staten-Generaal in vereenigde vergadering.

De wet wordt nog bij het leven van den Koning, voor het geval der minderjarigheid Zijns opvolgers, gemaakt.

36. Het koninklijk gezag wordt mede aan eenen Regent opgedragen, ingeval de

Sluiten