Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst 1887.

43. Bij het aanvaarden van het Regentschap legt de Regent in eene vereenigde vergadering van de StatenGeneraal in handen van den Voorzitter den volgenden eed of belofte af:

„Ik zweer (beloof) trouw „aan den Koning; ik zweer „(beloof), dat ik in de „waarneming van het koninklijk gezag, zoolang de „Koning minderjarig is „(zoolang de Koning bui„ten staat blijft de regeling waar te nemen), de „Grondwet steeds zal onderhouden en handha„ven.

„Ik zweer (beloof), dat „ik de onafhankelijkheid „en het grondgebied des „Rijks met al mijn ver„mogen zal verdedigen en „bewaren; dat ik de alge„meene en bijzondere vrij„heid, en de regten van „alle des Konings onder„danen en van elk hunner „zal beschermen en tot „instandhouding en bevordering van de alge„meene en bijzondere wel„vaart alle middelen aanrenden, welke de wetten „te mijner beschikking „stellen, gelijk een goed „en getrouw Regent schul„dig is te doen.

11

Veranderingen 1917.

Veranderingen en tekst 1922. waarop zij hun achttiende jaar vervuld hebben.

41. Het koninklijk gezag wordt mede waargenomen door een Regent, ingeval de Koning krachtens eene wet, waarvan het ontwerp door hem is voorgedragen, tijdelijk de uitoefening van het koninklijk gezag heeft neergelegd. Over het ontwerp dier wet, welke tevens in de benoeming van den Regent voorziet, beraadslagen en besluiten de Staten-Generaal in vereenigde vergadering.

42. Bij het aanvaarden van het regentschap legt de Regent in eene vereenigde vergadering van de StatenGeneraal in handen van den Voorzitter den volgenden eed of belofte af:

„Ik zweer (beloof) trouw „aan den Koning; ik zweer „(beloof), dat ik in de „waarneming van het „koninklijk gezag, zoolang „de Koning minderjarig is „(zoolang de Koning bui„ten staat blijft de regee„ring waar te nemen, of „zoolang de uitoefening „van het koninklijk gezag „Is neergelegd), de Grond„wet steeds zal onderhou„den en handhaven.

„Ik zweer (beloof), dat „ik de onafhankelijkheid „en het grondgebied van „den Staat met al mijn „vermogen zal verdedigen „en bewaren; dat ik de „algemeene en bijzondere „vrijheid, en de rechten „van alle des Konings onderdanen en van elk huneer zal beschermen en tot „instandhouding en bevordering van de alge„meene en bijzondere welvaart alle middelen aan„wenden, welke de wetten „te mijner beschikking „stellen, gelijk een goed

Sluiten