Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst 1887.

VIJFDE AFDEELING. Van de inhuldiging des Konings.

51. De Koning, de regering aanvaard hebbende, wordt zoodra mogelijk plegtig beëedigd en ingehuldigd binnen de stad Amsterdam, in eene openbare' en vereenigde vergadering der Staten-Generaal.

52. In deze vergadering wordt door den Koning de volgende eed of belofte op de Grondwet afgelegd:

„Ik zweer (beloof) aan „het Nederlandsche volk, „datlk de Grondwet steeds „zal onderhouden en hand„haven.

„Ik zweer (beloof), dat „Ik de onafhankelijkheid „en het grondgebied des „Rijks met al Mijn ver„mogen zal verdedigen en „bewaren; dat Ik de alge„meene en bijzondere vrij„heid en de regten van alle „Mijne onderdanen zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering „van de algemeene en "bij „zondere welvaart alle „middelen zal aanwenden, „welke de wetten te Mijner „beschikking stellen, zoo„als een goed Koning „schuldig is te doen.

„Zoo waarlijk helpe Mij „God almagtig!" („Dat „beloof Ik!")

53. Na het afleggen van dezen eed of belofte wordt de Koning in dezelfde vergadering gehuldigd door de Staten-Generaal, wier Voorzitter de volgende plegtige verklaring uitspreekt, die vervolgens door hem en elk der leden, hoofd voor hoofd, beëedigd of bevestigd wordt:

„Wij ontvangen en hul„digen, in naam van het

14

Veranderingen 1917.

Veranderingen en tekst 1922. VIJFDE AFDEELING.

Van de inhuldiging des Konings.

50. De Koning, de regeering aanvaard hebbende, wordt zoodra mogelijk plech» tig beëedigd en ingehuldigd binnen de stad Amsterdam, in eene openbare en vereenigde vergadering der Staten-Generaal.

51. In deze vergadering wordt door den Koning de volgende eed of belofte op de Grondwet afgelegd:

„Ik zweer (beloof) aan „het Nederlandsche volk, „dat Ik de Grondwet steeds „zal onderhouden en handhaven.

„Ik zweer (beloof) dat Ik „de onafhankelijkheid en „het grondgebied Tan den „Staat met al Mijn vermo„gen zal verdedigen en be„waren; dat Ik de alge„meene en bijzondere vrij„heid en de rechten van „alle Mijne onderdanen zal „beschermen, en tot in„standhouding en bevordering van de algemeene „en bijzondere welvaart „alle middelen zal aan„wenden, welke de wetten „te Mijner beschikking „stellen, zooals een goed „Koning schuldig is te „doen.

„Zoo waarlük helpe Mij „God almachtig!" („Dat „beloof ik!")

52. Na het afleggen van dezen eed of belofte wordt de Koning in dezelfde vergadering gehuldigd door de Staten -Generaal, wier Voorzitter de volgende plechtige verklaring uitspreekt, die vervolgens door hem en elk der leden, hoofd voor hoofd, beëedigd of bevestigd wordt:

„Wij ontvangen en hul„digen, in naam van het

Sluiten