Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst 1887. Vreemde adeldom kan door geen Nederlander worden aangenomen.

66. Ridderorden worden door eene wet, op het voorstel des Konings ingesteld.

67. Vreemde orden, waaraan geen verpligtingen verbonden zijn, mogen worden aangenomen door den Koning en, met Zijne toestemming, door de Prinsen van Zijn Huis.

In geen geval mogen andere Nederlanders, of de vreemdelingen, die in Nederlandsche staatsdienst zijn, vreemde ordeteekenen, titels, rang of waardigheid aannemen, zonder bijzonder verlof van den Koning.

68. De Koning heeft het regt van gratie van straffen door regterlijk vonnis opgelegd.

Hij oefent dat regt uit na het advies te hebben ingewonnen van den regter daartoe bij algemeenen maatregel van bestuur aangewezen.

Amnestie of abolitie worden niet dan bij eene wet toegestaan.

69. Dispensatie van wetsbepalingen kan door den Koning slechts worden verleend met magtiging van de wet.

De wet, welke deze machtiging verleent, noemt de bepalingen, waarover de bevoegdheid tot dispensatie zich uitstrekt.

Dispensatie van bepalingen van algemeene maatregelen van bestuur is toegelaten voor zoover de Koning Zich de bevoegdheid daartoe bij den maatregel uitdrukkelijk heeft voorbehouden.

70. De geschillen tusschen provinciën onderling; provinciën en gemeenten; gemeenten onderling; alsmede

18

Veranderingen 1917.

Veranderingen en tekst 1922.

Vreemde adeldom kan door geen Nederlander worden aangenomen.

66. Ridderorden worden door eene wet, op het voorstel des Konings ingesteld.

67. Vreemde orden, waaraan geene verplichtingen verbonden zijn, mogen worden aangenomen door den Koning en, met Zijne toestemming, door de Prinsen van Zijn Huis.

In geen geval mogen andere Nederlanders, of de vreemdelingen, die in Nederlandschen staatsdienst zijn, vreemde ordeteekenen, titels, rang of waardigheid aannemen, zonder bijzonder verlof van den Koning.

68. De Koning heeft het recht van gratie van straften door rechterlijk vonnis opgelegd.

Hij oefent dat recht uit na het advies te hebben ingewonnen van den rechter, daartoe bij algemeenen maatregel van bestuur aangewezen.

Amnestie of abolitie worden niet dan bij eene wet toegestaan.

69. Dispensatie van wets- bepalingen kan door den Koning slechts worden verleend met machtiging van de wet.

De wet, welke deze machtiging verleent, noemt de bepalingen, waarover de bevoegdheid tot dispensatie zich uitstrekt.

Dispensatie van bepalingen van algemeene maatregelen van bestuur is toegelaten voor zoover de Koning Zich de bevoegdheid daartoe bij den maatregel uitdrukkelijk heeft voorbehouden.

70. De geschillen tusschen provinciën onderling; pro-

'•■ vinciën en gemeenten; gemeenten onderling; alsmede

Sluiten