Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst 1887.

85. De leden der Tweede Kamer worden gekozen voor vier jaren.

Zij treden tegelijk af en zijn dadelijk herkiesbaar.

86. De leden stemmen zonder last van of ruggespraak met hen, die benoemen.

87. Bij het aanvaarden hunner betrekking leggen zij den volgenden eed of belofte af:

„Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Grond„wet.

„Zoo waarlijk helpe mij „God almagtig!" („Dat „beloof ik!")

Alvorens tot dien eed of die belofte te worden toegelaten, leggen zij den volgenden eed (verklaring en belofte) van zuivering af:

„Ik zweer (verklaar), „dat ik, om tot lid der „Staten-Generaal te worden benoemd, directelijk „of mdirectelijk, aan geen „persoon, onder wat naam „of voorwendsel ook, eeni„ge giften of gaven beloofd „of gegeven heb.

„Ik zweer (beloof), dat „ik om iets hoegenaamd „in deze betrekking te „doen of te laten, van „niemand hoegenaamd eenige beloften of geschen„ken aannemen zal, di„rectelijk of indirectelijk.

„Zoo waarlijk helpe mij „God almagtig!" („Dat „verklaar en beloof ik!") ' Deze eeden (beloften en verklaring) worden afgelegd in handen van den Koning of in de vergadering der Tweede Kamer in handen van den Voorzitter, daartoe door den Koning gemagtigd.

88. De Voorzitter wordt door den Koning benoemd

25

Veranderingen 1917.

Veranderingen en tekst 1922. of landlooperij of wegens een feit, waaruit openbare dronkenschap blijkt.

86. De leden der Tweede Kamer worden gekozen voor vier jaren.

Zij treden tegelijk af en zijn dadelijk herkiesbaar.

87. De leden stemmen zonder last van of ruggespraak met hen, die benoemen.

88. Bij het aanvaarden hunner betrekking leggen zij den volgenden eed of belofte af:

„Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Grond„wet".

„Zoo waarlijk helpe mij „God almachtig!" („Dat „beloof ik!")

Alvorens tot dien eed of die belofte te worden toegelaten, leggen zij den volgenden eed (verklaring en belofte) van zuivering af:

„Ik zweer (verklaar), „dat ik, om tot lid der „Staten-Generaal te worden benoemd, directelijk „of indirectelijk, aan geen „persoon, onder wat naam „of voorwendsel ook, eeni„ge giften of gaven beloofd „of gegeven heb".

„Ik zweer (beloof), dat „ik om iets hoegenaamd „in deze betrekking te „doen of te laten, van „niemand hoegenaamd ee„nige beloften of geschen„ken aannemen zal, di„rectelijk of indirectelijk".

„Zoo waarlijk helpe mij „God almachtig!" („Dat „verklaar en beloof ik!") Deze eeden (beloften en verklaring) worden afgelegd in handen van den Koning of in de vergadering der Tweede Kamer in handen van den Voorzitter, daartoe door den Koning gemachtigd.

89. De Voorzitter wordt door den Koning benoemd

Sluiten