Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst 1887.

Het getal der hierboven bedoelde hoogstaangeslagenen wordt in elke provincie bepaaldi tot één, die tevens de algemeene vereischten bezit om lid der Staten-Generaal te zijn, op iedere vijftien honderd zielen.

91. De leden der Eerste Kamer worden gekozen voor negen jaren. Art. 86 is op hen van toepassing.

Zij leggen bij het aanvaarden hunner betrekking gelijke eeden (beloften en verklaring) af, als voor de leden der Tweede Kamer zijn bepaald, hetzij in handen van den Koning, hetzij in de vergadering der Eerste Kamer in handen van den Voorzitter, daartoe door den Koning gemagtigd.

Zij genieten reis- en verblijfkosten volgens de wet.

Een derde gedeelte treedt om de drie jaren af volgens een daarvan te maken rooster. De uitvallende leden zijn dadelijk herkiesbaar.

92. De Voorzitter wordt door den Koning uit de leden benoemd voor het tijdperk eener zitting.

VIERDE AFDEELING. Beschikkingen aan beide Kamers gemeen.

93. Niemand kan te gelijk lid der beide Kamers zijn.

Die te gelijk of op meer dan ééne plaats tot lid van de Eerste of van de Tweede Kamer of van beide Kamers is gekozen, verklaart wolke dier benoemingen hij aanneemt.

94. De hoofden der ministeriele departementen hebben zitting in de beide Kamers. Zij hebben alleen eene raadgevende stem, ten ware zij tot leden der vergadering mogten benoemd zijn.

27

Veranderingen 1917.

Veranderingen en tekst 1922.

92. De leden der Eerste Kamer worden gekozen voor zes jaren. Art. 87 is op hen

van toepassing.

Zij leggen bij het aanvaarden hunner betrekking gelijke eeden (beloften en verklaring) af, als voor de leden der Tweede Kamer zijn bepaald, hetzij in handen van den Koning, hetzij in de vergadering der Eerste Kamer in handen van den Voorzitter, daartoe door den Koning gemachtigd.

Zij genieten reis- en ver; blijfkosten volgens de wet.

De helft treedt om de drie jaren af. De uitvallende leden zijn dadelijk herkiesbaar.

93. De Voorzitter wordt door den Koning uit de leden benoemd voor het tijdperk eener zitting.

VIERDE AFDEELING. Beschikkingen aan beide Kamers gemeen.

94. Niemand kan tegelijk lid der beide Kamers zijn.

Die tegelijk tot lid van beide Kamers is gekozen, verklaart welke dier benoemingen hij aanneemt.

96. De hoofden der ministerieele departementen hebben' zitting in de beide Kamers. Zij hebben alleen een raadgevende stem, ten ware zij tot leden der vergadering mochten benoemd zijn. Zij kunnen zich in de ver-

Sluiten