Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

Tekst 1887. ZESDE HOOFDSTUK.

VAN DE GODSDIENST.

167. Ieder belijdt zijne godsdienstige meeningen met volkomen vrijheid, behoudens de bescherming der maatschappij en harer leden tegen de overtreding der strafwet.

168. Aan alle kerkgenootschappen in het Rijk wordt gelijke bescherming verleend.

169. De belijders der onderscheidene godsdiensten genieten allen dezelfde burgerlijke en burgersehapsregten, en hebben gelijke aanspraak op het bekleeden van waardigheden, ambten en bedieningen.

170. Alle openbare godsdienstoefening binnen gebouwen en besloten plaatsen wordt toegelaten, behoudens de noodige maatregelen ter verzekering der openbare orde en rust.

Onder dezelfde bepaling blijft de openbare godsdienstoefening buiten de gebouwen en besloten plaatsen geoorloofd, waar zij thans naar de wetten en reglementen is toegelaten.

171. De traktementen, pensioenen en andere inkomsten van welken aard ook, thans door de onderscheidene godsdienstige gezindheden of derzei ver leeraars genoten wordende, blijven aan dezelve gezindheden verzekerd.

Aan de leeraars, welke tot nog toe uit 's Lands kas geen, of een niet toereikend traktement genieten, kan een traktement toegelegd, of het bestaande vermeerderd worden.

172. De Koning waakt, dat alle kerkgenootschappen zich houden binnen de palen

Veranderingen 1917.

Veranderingen en tekst 1922. ZESDE HOOFDSTUK.

VAN DEN GODS Dl ENST.

168. Ieder belijdt zijne godsdienstige meeningen met volkomen vrijheid, behoudens de bescherming der maatschappij en harer leden tegen de overtreding der strafwet.

169. Aan alle kerkgenootschappen in het Rijk wordt gelijke bescherming verleend.

170. De belijders der onderscheidene godsdiensten genieten allen dezelfde burgerlijke en burgerschapsrechten, en hebben gelijke aanspraak op het bekleeden van waardigheden, ambten en bedieningen.

171. Alle openbare godsdienstoefening binnen gebouwen en besloten plaatsen wordt toegelaten, behoudens de noodige maatregelen ter verzekering der openbare orde en rust.

Onder dezelfde bepaling < blijft de openbare godsdienstoefening buiten de gebouwen en besloten plaatsen geoorloofd, waar zij thans naar de wetten en reglementen is toegelaten.

172. De traktementen, pensioenen en andere inkomsten van welken aard ook, thans door de onderscheidene godsdienstige gezindheden of derzelver leeraars genoten wordende, blijven aan dezelve gezindheden verzekerd.

Aan de leeraars, welke tot nog toe uit 's Lands kas geen, of een niet toereikend traktement genieten, kan een traktement toegelegd of het bestaande vermeerderd worden.

178. De Koning waakt, dat alle kerkgenootschappen zich houden binnen de palen

Sluiten