Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56

Tekst 1887.

ordening, zoowel als uit anderen hoofde, in 1886 rustte.

Art. V. Het eerste lid van art. 152 der Grondwet blijft buiten toepassing, totdat de wettelijke regeling omtrent de gevallen waarin geene schadeloosstelling in geval van vernietiging of voortdurende of tijdelijke onbruikbaarmaking van eigendom verleend wordt, zal zijn in werking getreden.

Art. VI. Behoudens het regt des Konings om de Kamers der Staten-Generaal of eene van die Kamers te ontbinden, blijven de beide Kamers, zooals die op het tijdstip der afkondiging van de wetten, houdende veranderingen in de Grondwet, zijn zamengesteld, bestaan tot op den dag der opening der nieuwe Kamers. Zijn vóór dien dag verkiezingen noodig ter vervulling van plaatsen, die door ontslag, overlijden of om eene andere reden openvallen, dan geschieden deze overeenkomstig de op den dag der genoemde afkondiging bestaande bepalingen. De Koning bepaalt het tijdstip der opening van de nieuwe Kamers, zoo kort mogelijk na de verkiezingen in art. IX bedoeld.

Art. VH. Met afwijking van bovenstaand art. II worden in de wet van 4 Julij 1850 (Staatsblad no. 37), tot dat de wet daaromtrent nader zal hebben beschikt, de volgende veranderingen gebragt:

(Volgen de veranderingen in de Kieswet van 1850.)

Art. VIII. Na de afkondiging van de wetten, houdende veranderingen in de Grondwet, heeft eene her-

Veranderingen 1917.

Art. VI. Behoudens het recht des Konings tot ontbinding, blijft de Tweede Kamer der Staten-Generaal, zooals zij op het tijdstip der afkondiging van de wet houdende veranderingen in de Grondwet, is samengesteld, bestaan tot op den dag der in de laatste' zinsnede bedoelde opening van de zitting der Staten-Generaal. Zijn vóór dien dag verkiezingen noodig ter vervulling van plaatsen, die door ontslag, overlijden of om eene andere reden openvallen, dan geschieden deze, met inbegrip van het onderzoek van de geloofsbrieven, volgens de op den dag der genoemde afkondiging bestaande kiezerslijsten en geldende bepalingen. De Koning bepaalt het tijdstip der opening van de Kamers, zoo kort mogelijk na de verkiezingen in art. XI bedoeld.

Art. VII. Met afwijking van bovenstaand artikel II, worden in de Kieswet, totdat de wet daaromtrent nader zal hebben beschikt, de volgende veranderingen gebracht;

(Volgen de veranderingen in de Kieswet.)

Art. VIII. Met afwijking van bovenstaand artikel II, worden in de Provinciale Wet, totdat de wet daarorn-

Vcranderingen en tekst 1922.

ordening, zoowel als uit anderen hoofde, in 1880 rustte.

Art. V. Het eerste lid van artikel 153 der Grondwet blijft buiten toepassing totdat de wettelijke regeling omtrent de gevallen, waarin geene schadeloosstelling in geval van vernietiging of voortdurende of tijdelijke onbruikbaarmaking van eigendom verleend wordt, zal zijn in werking getreden.

Art. VI. Behoudens het recht des Konings tot ontbinding, blijft de Eerste Kamer der Staten-Generaal, zooals zij op het tijdstip der afkondiging van de wetten, houdende veranderingen in de Grondwet, is samengesteld, bestaan tot den derden Dinsdag van September van het kalenderjaar volgende op dat waarin die afkondiging plaats vond.

Zijn vóór dien dag verkiezingen noodig ter vervulling van plaatsen die, volgens de op den dag der genoemde afkondiging geldende bepalingen, door aftreding, ontslag, overlijden of om eene andere reden openvallen, dan geschieden deze met inbegrip van het onderzoek van de geloofsbrieven, volgens deze bepalingen.

Art. VII. De in dit artikel opgenomen veranderingen in de Kieswet zijn sedert in den tekst dezer wet (laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 Januari 1922 {Staatsblad no. 4) opgenomen.

Art. Vin. De in dit artikel opgenomen veranderingen in de Provinciale wet zijn sedert in den tekst dezer wet (laatste-

Sluiten