Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Vroolijke Schoolwereld.

Practisch.

Meester had den kinderen als huiswerk opgegeven een opstel te maken van 200 woorden over het onderwerp: „De Straat."

Jantje leverde het volgende opstel in, kort maar krachtig:

„Ik woon in een straat. Gister lag er een groote plas „en een hoop modder. Mijn vader viel in de plas en lag „in de modder. Dat zijn 26 woorden. De andere 174 „woorden sprak mijn vader, toen hij weer opstond. Deze „kan ik onmogelijk hier neerschrijven. Einde."

„Kinderen", zei meester vriendelijk, „je komt nu voor het eerst op school en je moet mij heelemaal vertrouwen, je moet niets voor mij verzwijgen en je mag eerlijk zeggen, wat je op je hart hebt."

Hierop stond een klein ventje op en zei openhartig: „Ik verveel me zoo, ik ga naar huis."

Moossie was voor het eerst naar school geweest en zijn vader vroeg hem, hoe hij het gevonden had. En Moossie antwoordde: „Reuze sof, vader. Eérsfe klas en dan nog houten banken."

Meester citeert op school de Bijbelspreuk: „Gij kinderen, gehoorzaamt Uwen ouders, want dat is billijk".

Jantje moet deze spreuk herhalen, hetgeen hij als volgt doet:

„Gij kinderen, gehoorzaamt Uwen ouders, want dat kost niets.

De schoolopziener kwam in de klas en stelde talrijke vragen. Hieronder was ook op een zeker oogenblik de vraag, wat er in den Oeral gevonden werd.

Niemand wist het.

Vriendelijk wijst de schoolopziener op zijn horlogeketting, speelt er mee en zegt: „Nu nu weet nu

nog niemand het ?"

Waarop de kleine Spijer zijn vinger opsteekt en zegt: „Ik weet het, Meester: doublé!"

Sluiten