Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20

„Jantje, heb je geen zakdoek?" vraagt de onderwijzeres hem, omdat hij zijn mouw gebruikt.

„Ja juffrouw," antwoordt Jantje, „maar ik leen hem lekker niet uit!"

Meester vertelt, dat bij een blinde de gehoorzintuigen beter ontwikkeld zijn, dan bij een normaal mensch, zoodat de natuur aan den anderen kant weer vergoedt, wat zij aan den eenen kant te kort doet. Hij vraagt om meerdere voorbeelden, waarop Pietje zegt: „Mijn oom Louis heeft een kort been. Maar daarvoor is bij mijn oom Louis het andere ook weer zooveel langer."

„Tinus", zei de meester, „als er 11 schapen op een wei zijn en 6 springen er over een heg, hoeveel blijven er dan over?"

Geen één, meester."

„Hoe kom je daar bij! Je kunt niet rekenen!" „Nou meester, U kunt misschien beter rekenen, maar een boerenjongen kent de schapen beter."

„Als ik jouw vader ƒ 50.— leen gedurende een jaar. Pietje", zei de meester, „a 5 % interest, hoeveel geeft hij me dan aan het eind van het jaar terug?"

„ƒ25.— meester."

„ƒ 25.—? je kunt niet rekenen!"

„Neen, U kent mijn vader niet, meester."

Meester: „zeer belangrijk is de Heilige Oorlog der Turken, want ik zou erop willen wijzen, dat wij sedert 400 jaar geen Heiligen oorlog meer hebben beleefd!"

De jongens hadden een stinkbom in de klas gegooid en toen de leeraar binnentrad haalde hij zijn neus op en sprak de gedenkwaardige woorden:

„Merkwaardig, altijd als ik in het lokaal kom, stinkt het!"

Meester: „De mensch loopt met zijn voeten en ruikt met zijn neus."

Moossie: „Bij mijn grootvader is het juist omgekeerd, meester."

Bloemen voor Minerva, niet voor Houbigant!

„Roosje", zei de meester, „ga naar huis en laat je wasschen, je ruikt vies."

Sluiten