Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

De volgende dag kwam Roosje terug met een briefje van haar moeder, luidende:

„Mijn Heer, deze is dienende om II te melden alsdat mijn Roosje een Roosje is, om aan te leeren en niet om aan te ruiken."

Meester: „Wat gaat vlugger, een paard of een duif?" Moossie: „Te voet gaat een paard vlugger."

Onderwijzeres: (na een betoog over de zijderups.)

„Ja, Jantje! Dat is een zeer nuttig dier! En hadt je nu wel gedacht, dat de zijde-japonnen van je moeder van zoo'n nietig, onbeteekenend diertje kwamen?"

Jantje: (die niets van de rups gehoord heeft!)

„O! U bedoelt Papa?"

Meester bespreekt in de natuurlijke historie de vogels en wil de leerlingen op hun bijzondere eigenschap, n.L het vliegen opmerkzaam maken. Daarom zegt hij tegen Jantje:

„Nu, Jantje, wat kan nu b.v. een vogel doen, wat ik niet kan?"

En Jantje antwoordt dadelijk: „Eieren leggen, meester."

Uit het opstel van kleine Anny over de koe:

„De koe geeft ons melk, maar niet uit haar bek, maar

uit haar uiers. Als de koe geen uiers heeft, dan is ze

geen koe, maar een os."

Meester: „Noem mij een vogel, die niet meer bestaat." Pietje: „De kanarie." Meester: „Hoe zoo?"

Pietje: „Onze kat heeft hem gister opgegeten."

„Wat gaat nog boven een koning?" zei de meester op de Zondagschool, en hij wilde het op het Godsbegrip brengen.

„Wat gaat boven een Koning?"

„Aas, meester," antwoordt één der jongens.

Uit een opstel:

„EEN ARABISCHE SCHOOL".

„Nergens is zooals bij ons een schoolbank te bekennen; met gekruiste beenen hangen de kinderen aan de lippen van den beminden leeraar." (Roda Roda.)

Sluiten