Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

krijgt weer een slag op zijn gezicht en Slijpsteen zegt bedrukt, Simon meetrekkend:

„Ga mee, Simon met die Goy (christ.) is niets te beginnen."

„Mijn Oom Isaac uit Amsterdam," zegt Brammetje, „spreekt drie talen: hij praat Joodsch, hij praat Amsterdamsch en hij praat Joodsch-Amsterdamsch."

„Wat hebt U voor een familie, Mijnheer Polak, wat doet Uw vader?"

„Die reist in wollen goederen." „En Uw moeder?"

„Die is Goddank nog gezond en doet de huishouding."

„En Uw broer?" „Die is aan de beurs." „En Uw tante?"

„Die zit op de kanapee en neemt kwalijk."

„Jacob," zegt de niet meer zeer lieftallige echtgenoote tegen haar man, „je moet gordijnen laten maken aan mijn slaapkamer, die jongeman aan den overkant kan heelemaal naar binnen kijken."

„Weet je wat, Sarah, vertoon je maar dikwijls aan het raam, dan zal hij wel gordijnen laten maken."

Ten einde het meisje nader te leeren kennen, zat Simon van Leeuwen met den huwelijksmakelaar Kats bij de familie Cohen aan tafel.

Simon voelt echter niets voor het meisje, gedraagt zich zeer nonchalant en neemt ongelooflijke porties visch.

De Schadjen (huwelijksmakelaar) maakt hem op zijn onbeleefd gedrag attent met de woorden:

„Neem toch de beleefdheid in acht!"

^Vaarop Simon van Leeuwen antwoordt:

„Ik neem niets in acht, ik neem niets geen meissie, ik neem alléén vischl"

Simon van Leeuwen komt een andere keer bij een ander meisje, maar verklaart tegen den vader, dat hij geen kat in den zak wil koopen en het meisje geheel uitgekleed wenscht te zien.

Na lang aarzelen wordt aan dit verzoek voldaan.

Simon van Leeuwen bekijkt het meisje kritisch en zegt ten slotte:

„Neen, die neus bevalt me niets!"

Sluiten