Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

Tanta Rika is zeer hardhoorig. . Tante Rika kwam eens op een dorp en ging daar ook in de kerk.

Ze ging heel rustig op een bank zitten en nam haar geluidversterker, een groote hoorn, in haar hand. Toen kwam de koster en fluisterde haar toe:

„Hoor es Juffie, als je gaat blazen zet ik je de kerk uitl"

De jonge geestelijke hield zijn eerste dooprede:

„Moge de kleine opgroeien en gedijen tot vreugde zijner ouders, moge hij een groot geleerde worden of

een dichter of een flink soldaat, zooals zijn vader

en hoe moet hij heeten, beste Juffrouw Dries?"

Juffrouw Dries:

„Anna, Margaretha, Helena."

Pater tot bruidspaar:

„Zooals gij weet, legt de huwelijksche staat ook verplichtingen op, de man moet de vrouw beschermen en onderhouden, de vrouw moet haar man volgen, waarheen hij ook gaat."

Bruid:

„Mijnheer de Pastoor, zou dat niet veranderd kunnen worden, mijn man is n.1. brievenbesteller."

De gelegenheid.

Een boer biecht, dat hij een varken gestolen heeft en er verschrikkelijke spijt van heeft.

De pastoor antwoordt hierop, dat hij hem het geld moet geven, dan zal hij het aan den bestolene geven, zonder te zeggen van wie het komt. En omdat de pastoor nog heel jong is en geen verstand van veeteelt heeft, zegt hij, dat de boer hem ƒ 50.— moet brengen.

De volgende dag komt de boer bij den pastoor en legt ƒ 150.— neer.

„Wat is dat?" zegt de pastoor.

„Ach ja," antwoordt de boer, „ik heb zoo bij mezelf gedacht; zóó goedkoop kom ik niet meer aan varkens — en daarom heb ik vannacht die twee andere varkens ook maar gestolen."

Bij een doopplechtigheid vraagt de pastoor aan een héél jongen man, wat hij hier eigenlijk op deze plechtigheid te doen heeft.

„O," antwoordt deze, „ik ben „maar" de vader."

Sluiten