Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

59

De beruchte Freddy Plomp stond eens voor een kerk, kort nadat hij uit de gevangenis was ontslagen. Op eens bemerkt hij een vrouw, die vreeselijk huilt.

„Wat is er, vrouwtje," vraagt hij.

„Ik kan mijn kind niet laten doopen, dat kost ƒ5.— en die heb ik niet."

Hierop geeft Freddy Plomp haar een bankbiljet van ƒ25.— en zegt:

„Laat jij je kind maar doopen en breng mij hier straks ƒ 20.— terug."

Na eenigen tijd komt het vrouwtje overgelukkig terug, geeft hem ƒ 20.— en Freddy Plomp zegt:

„Zie zoo, nu zijn we allebei geholpen, jou kind is gedoopt, ik heb ƒ20.— en Mijnheer de Pastoor zit met een valsch bankbiljet van ƒ 25.—I*

Een Vakman.

Bij een Verzekerings Maatschappij was een Joodsche inspecteur, die buitengewoon veel klanten aanbracht en een groote steun voor de Maatschappij beteekende. De directeur was echter een zeer vroom Katholiek en zd tegen hem:

„Mijnheer Goudband, U bent nu drie jaar hier en ik heb bijna zin erin om U in de directie op te nemen, maar dan moet U zich beslist laten doopen. U gaat naar pastoor Zachtman en die zal wel het noodige met U voorbereiden."

Den volgenden dag vraagt de directeur hem of hij gedoopt is.

„Nee," antwoordt Goudband, „dat niet, maar Mijnheer de Pastoor heeft een verzekering afgesloten."

Sluiten