Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

Inscriptie op een grafsteen:

„Hier rust mijn geliefde echtgenoot Willem Smit. Hij ruste in vrede tot wij elkaar weder zien.

Een boerenvrouw werd begraven. Men droeg de kist langs een muur, zoodat deze ertegen stootte. Door de schok werd de vrouw, die schijndood was, weer levend en men bracht haar weer naar huis. Een half jaar later stierf ze werkelijk. Wéér droeg men haar denzelfden weg af. Maar nu volgde de boer zeer zorgvuldig de dragers en riep waarschuwend: ,JNiet te dicht langs den muur, jongens, niet te dicht langs den muurll"

Pietje Schuchter was gedurende zijn leven als pantoffelheld bekend. Toen hij gestorven was werd zijn testament geopend en op den buitenkant stonden de veelzeggende woorden: ,JVfyn eerste wil."

„Nee maar. Juffrouw Krijschgraag, Uw man heeft een eind aan zijn leven willen maken? Wat hebt U wel gedaan toen ze hem uit het water bij U thuis brachten?"

Juffrouw Krijschgraag:

„Bont en blauw heb ik hem geslagen die leelijkerd! Dat is ééns en voor altijd, dat hij een eind aan zijn leven gemaakt heeft!"

Vriend, op de specialisten wijzend:

„Je komt er wel weer boven op, oude jongen!"

Patiënt moedeloos:

„Ach nee, ze zijn met hun vieren, er zijn er te veel, dat kom ik niet te boven."

Bij het Academisch Ziekenhuis te Leiden meldde zich een man aan die zijn lijk wilde verkoopen. „Maar Professor", zoo voegde hij er bij, „ik moet het geld dadelijk hebben."

„Waarom is daar zoo'n haast bij," vroeg de professor. Waarop de man antwoordde: „Omdat ik morgen naar Zuid-Amerika wilde emigreeren."

„Dokter," zei de zware zieke, „het moet nu toch veel beter met mij gaan, al mijn familieleden kijken zoo bedroefd."

„Dokter," vroeg het jonge vrouwtje op haar ouden echtgenoot wijzend, „is er nog hóóp?"

Sluiten